Boekgegevens
Titel: Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Auteur: Herrig, Ludwig; Helderman, D.J.
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-353
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200765
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 211 —
slacht, nakomelingen. récolter, oogsten. charmé, verrukt, ingenomen. poignée, handvol,
joyeux, opgeruimd, vroolijk. peut, ind. prés van pouvoir, hunnen, monde, m., wereld, v.
calife, m., halif, m. {de sultan als stadhouder van Mahomed^. Almaraon, fils du
fameux Haraoun-Al-Raschid, et septième calife de Bagdad est célèbre en Orient et; en Occident
par son goût pour les sciences, autrefois, eertijds, vroeger, eens. Bagdad, Bagdad {aanzienlijke
fabriek' en koopstad in Aziatisch Turkije aan den Tigris met 36000 inw. — van 763—1258
de zetel der kalifen). bâtir, bouwen, faire, met een infinitif, laten {maken dat iets gebeurt).
magnifique, prachtig, cent, honderd, colonne, f., zuil, v. albâtre, m., albast, o. former,
vormen, portique, m., zuilehganq, m. jaspe, m., jaspis, m. décorer, versieren, parvis, m.,
voorhof, 0., voortempel, m. appartement, m., vertrek, o. sculpture, f., beeldhouwwerk, o. sous,
onder, lambris, m., lambrizeering, v., beschot, o» cèdre, m., ceder, m., cederhout, o. réunir,
vereenigen. Inxe, m., pracht, weelde, v. diamant, m., diamant, o. en m. parfum, m.,
reukwerk, o. myrthe, m., mirt, mirteboom, m. odorant, e, welriekend, chef-d'œuvre, m.
(pl. chefs-d'œuvre), meesterstuk, o. art, m., hunst, v. fontaine, f., fontein, v. jaillissant, e,
van jaillir, springen, rouler, rollen; voortstuwen, onde, f., golj, v. bondir, huppelen; kabbelen.
H côté de, naast, lit, m., bed, o. brocart, m., brokade, met zijde, goud, of zilver geborduurde
stof, v. juste, juist; rechtvaardig. entree, f., ingang, toegang, m. étroit, e, nauw-, klein,
nietig, chaumière, f., hut, v., antique, oud, ouderwetse h. délabré, e, vervallen, tisserand, m.,
wever, m. réduit, m., verblijf, o.; afgelegene plaats, v. produit, m., opbrengst, v. travail, m.,
xoerk, o., arbeid, m. dette, f., schuld, v. souci, m., zorg, v. pénible, moeilijk, zwaar,
vieillard, m., grijsaard, m. libre, vrij. oublié, vergeten; stil. couler, vloeien; slijten, door-
brengen; couler ses jours, zîjne dagen doorbrengen, paisible, vreedzaam, envieux, afgunstig.
envier, benijden, masquer, maskeeren, verbergen, onzichtbaar maken, devant, m., voorzijde, v.
vizir, m., vizier, m. procès, m., geding, rechtsgeding, proces, o. abattre, slechten, afbreken,
maisonnette, f., huisje, o. acheter, koopen, obéir, gehoorzamen, ouvrier, m., handwerksman,
somme, f., som, v. besoin, m., behoefte, v. avoir besoin de qch., iets noodig hebben, atelier,
m., werkplaats, v. quant à, loat betreft, aangaat, se défaire d'une chose, zich van iets ont-
doen, scheiden, mort, part, passé van mourir, sterven (je meurs, nons mourons, ils meurent;
je mourus; je mourrai; mort, e). prétendre, beweren, denken; van plan zijn, voornemens zijn,
ici, hier, détruire, verwoesten, vernielen (je détruis, nous détruisons ; je détruisis ; je détruirai ;
détruit, e). pierre, f , steen, m. s'asseoir, zich zetten, gaan zitten (je m'assieds, nous nous
asseyons; je m'assis; je m'assiérai; assis, e). je suis îissis, ik-zit; je me suis assis, ik heb mij
gezet, misère, f., ellende v.; ongeluk, o. insolent, e, onbeschaamd, stout, exciter, opwekken,
punir, straffen, téméraire, vermetel, sur-le-champ, dadelijk, raser, slechten, sloopen. chétif,
ve, nietig, onbeduidend, ordonner, bevelen, frais, m. pl., kosten, onkosten, réparer, herstellen,
tenir à, afhangen van. durée, f., duur, m. neveu, m., neef. considérer, beschouwen, zien,
règne, m., regeering, y, monument, m., gedenkteeken, o. auguste, verheven.
lÖ. lapidaire, m., diamantslijper, m. informe, vormeloos, ruw, consentir à, toestemmen
in, tailler, snijden, slijpen, tandis que, terwijl, travailler, bewerken, werken, pousser, stooten;
pousser les hauts cris, hard schreeuwen, conrroux, m., toorn, m. porter des coups, slagen
toebrengen, terrible, geducht, verschrikkelijk, injure, f., beleediging, v., hoon, m. souvent,
dikwijls, dureté, f., hardheid, v. dur, e, hard; hardvochtig, grâce, f., genade, v. de
grâce, ik bid u; om *s hemels wil. cruauté, f., wreedheid, v.. tirer, trekken\ nemen uit.
rone, f., rad, o. si, zoo, zoozeer, maltraiter, mishandelen, avouer, bekennen, traiter, behan-
delen, rigueur, f., strengheid, hardheid, v. splendeur, f., glans, m. polir, glad maken, slij-
pen, polijsten, masse, f., masSa, v. prix, m., prijs, m., waarde, v. valeur, f., icaarde, v.
réponse, f., antwoord, o. prudent, e, voorzichtig; verstandig. i
Bladz, 6.
pourtant, evenwel, convertir, bekeeren. se plaignait, imp. van se plaindre, zich beklagen (je
me plains, nous nous plaignons; je me plaignis; je me plaindrai; plaint, e). toucher, treffen;
aanraken, prière, f., verzoek, o., gebed, o. artiste, m., kunstenaar, m. se rendre à, toegeven
aan, gehoor geven aan. vœu, m., wensch, m.; gelofte, v. coin, m., hoek, m, croupir, stil-
staan; bederven-, kruipen, poussière, f., stof, o. éclat, m., glans, m. lumière, f., licht, o.
mépris, m , verachting, v. odieux, se, hatelijk-, schandelijk, quoi, wat, hoe. pondre, f., stof,Q.
dévorer, verteren, vernietigen ; verslinden, précieux, se, kostbaar, quoi que, wat ook. jouer,
spelen, fer, m., ijzer; staal, o. ciseau, m.7 beitel, m. étinceler, vonkelen, éblouir, verblinden,
regard, m., blik, m. part, f., zijde, v., kant, m.; deel, aandeel, o. s'étonner de, zich ver-
wonderen over. placer, plaatsen, couronne, f., kroon, v. ornement, m., sieraad, o. jadis,
eertijds, couvert, part, passé van couvrir, bedekken, passer pour qch., voor iets doorgaan, voor