Boekgegevens
Titel: Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Auteur: Herrig, Ludwig; Helderman, D.J.
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-353
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200765
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 210 —
confus, e, verlegen, verward, jurer, zweren {een eed doen), qu'on ne l'y prendrait plus, dat
men hem niet weder heet zou hebben.
14. mort, f., dood, m. reine, f., koningin, assembier, verzamelen, vergaderen, certain,
e, zeker, enfer, m., hel, ondet-wereld, v. cour, f., hof, o. premier, ière, eerst, rendît; de
subj. is gebruikt omdat de zin een doel aanduidt: »die maken zoude." état, m., staat, m.
encor r=. encore, nog, wordt door dichters gebruikt, wanneer het tweelettergrepig zijn moet om
het rijm-, encore is drielettergrepig, florissant, bloeiend {in figuurlijken zin), a^iders schrijft
men fleurissant, b, v. un état florissant, une ville florissante, maar une Heur (rose) fleurissante,
emploi, m., ambt, o. sinistre, treurig, droemg. fond, m., grond, bodem, m.; diepte, v. noir,
e, zwart, Tartare, m., Tartarzis, m., onderwereld, v., doodenrijk, o. avancer, oprukken; te voor-
schijn komen, naderen^ lent, e, langzaam, à pas lents, met langzavien tred. fièvre, f.,
koorts, v. goutte, f., jicht, v.; druppel, m, guerre, f., oorlog^ krijg, m. sujet, m., onderdaan,
m. excellent, e, uitmuntend, voortreffelijk, justice, î., gerechtigheid, rechtvaardigheid, v.
rendre justice à, recht wede^aren laten, accueil, m., ontvangst, v. faire accueil à qn.,
iemand ontvangen, nier, loochenen, ontkenn'en. Be werkwoorden nier en douter {tioijfelen)
vorderen ne in hel ondergeschikte voorstel als zijzelven in ontkennenden zin gebruikt worden;
b. V, je nc nic (doute) p^s qu'il ne vienne, oser, wagen, durven, rien, iets; ne . . . rien,
niets, disputer, betwisten, twisten, médecin, m., geneesheer, arts, visite, f., bezoek, o.
devoir, moeten, zullen; schuldig zijn. emporter, medevoeren; l'emporter, de overhand heb-
ben (snr-qn., op iemand), balance, f., weegschaal; besluiteloosheid, v. en Isalance, besluiteloos,
weifelend, vice, m., ondeugd, v. les vices étant venus, toen de ondeugden gekomen waren.
dès, sedert, van af, van aan, moment, m., oogenblik, o. hésite^ aarzelen, talmen, dralen.
intempérance, f., onmatigheid, v.
berger, m., herder, crier, schreeuwen^ roepen. loup, m. wolf, crier au loup,
roepen, ».de wolf.^' (crier au fen, bratid roepen.) passe-temps, m. s, et pl., tijdverdrijf, o. tel,
le, zidk, zoodanig, cri, m., roep, m., geroep, o. alarme {van à l'arme), f., wapenkreet y
alarm: schrik, angst, m., ontsteltenis, v. mettre l'alarme aux champs, schrik over de vel-
den verspreiden, voisinage, m., nq.buurschap, v. secours, m., hulp, v. se moquer de qn.,
iemand bespotten, voor den gek houden, retourner, s'en retourner, terugkeeren. pester, schelden,
schimpen, badinage, m., scherts, grap, v. dernier, ièrp, laatste: rira bien qui rira le dernier,
die H laatst lacht, lacht het best, avide de, begeerig, gretig, verlangend naar, carnage, m.,
bloedbad, o., moord, m. véritable, waar, wezenlijk, loup-cervier, m., losch, m. malgré,
ondanks, trois, rage, f., woede, v. faire rage, razen, tieren, ruer, met geweld werpen; ach-
teruit jlaan. se ruer sur qn., op iemand aanvallen, troupeau, m., kudde, v. s'écrier, uitroe-
pen, schreeuwen, hameau, m., gehucht, dorp, o. tour, m., omloop, m.; wending; reis, vaart;
beurt, V. à mon (ton, son) tour, op mijne {uwe, zijne, hare) beurt, à d'autres! maak dat
anderen wijst praatjes! Ton ne nous y prend plus, wij laten 'ons niet meer voor den gek
houden, beet nemen, goguenard, m., spotter, spotvogel, m. fourberie, f., bedrog, o., schurkerij,
V. menteur, m., leugenaar, m. menteur n'est jamais . . . vérité, wie eens liegt, wordt nooit
geloofd, al spreekt hij ook de waarheid.
lO. garder, hoeden; bewaren, brebis, f., schaap, o. vallée, f., dal, o, prince, m.,
vorst, pays, m., land, o. chasser, jagen, contrée, f., streek, landstreek, v. appeler,
roepen, connaissait, imp. van connaître, kermen (je connais, nous connaissons; je connus; je
connaîtrai; connu, c). riche, rijk, posséder, bezitten, donc, dus, alzoo. continuer, voortgaan.
montagne, f., berg, m. embellir, verfraaien, verdure, t., groen, o. échanger, ruilen, wisselen,
yeux pl. van œil, m., oog, o. trésor, m., schat, m. nécessaire, noodig, noodzakelijk, suffire,
voldoen, voldoende zijn (je suffis, nous suffisons; je suflBs; je suffirai; suffi), assurément, zeker,
voorzeker, bravo, dapper ; braaf; wakker, garçon, knaap, jongen, vanter, roemen; se vanter,
zich beroemen, donner, 'geven, conserver, bewaren, behouden, sentiment, m., gevoelen, o.
l'T'. rencontra, passé déf. van rencontrer, ontmoeten, noyer, m., notenboom, m. dit part,
passé van dire, zeggen, suite, f., gevolg, o. fait, ind. prés, van faire, doen, handelen, que,
in plaats van comme si, dût, subj, imp. van devoir, moeten, verschuldigd zijn. recueillir, in-
oogsten, verzamelen, courtisan, m., hoveling^ m. rirent, ind. prés, van rire, lachen.
/
Bladz. 5.
passé, meer dan, over de. se porter à merveille, volkomen gezond zijn. compter, denken; reke-
nen, tellen, poursuivit, passé déf. van poursuivre, vervolgen, pour planter = paree que tu
plantes, rapporter, vruchten aanbrengen, opleveren; terugbrengen, fatiguer, vermoeien, inutile-
ment, adv. van inutile, nutteloos, vruchteloos, s'embarrasser, zich bekommeren, fassions, subj.
imp. van faire, avare, gierig^ zelfzuchtig, à l'cgard de, ten opzichte van, postérité, nage-