Boekgegevens
Titel: Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Auteur: Herrig, Ludwig; Helderman, D.J.
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-353
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200765
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
_ 209 —
jsaaien. avoioe, f. haver, v. orge, f., gerst, v. froment, m., tarwe, v. raconter, vertellen,
verhalen, jjlus d'un, meer dan een-, vóór een telwoord zegt men plus de; anders altijd plus
que. Eveneens moius de (que), minder dan. récit, m., verhaal, o cliarmer, heïwren-, hetoo-
veren, consolatiou, f., troost m. remplir, vervullen; vullen, saiut, e, heilig, mission, f.,
zending; opdracht, roeping, v. lieu, m., plaats, v. rit, ind. prés. van rire, lachen (je ris,
uous riuus; je ris; je rirai; ri), prospère, voorspoedig, gelukkig, gunstig, ne . . .jamais, nooit.
verrez, futur van voir, zien, âme, f., zielt v. gémir, zuchten, cœur, m., hart, o. désespérer,
wanhopen, vertwijfelen.
11. rigueur, f., strengheid^ hardheid, v. s'en venir = venir, komen \ venir faire qch,,
iets Icomen doen ; veuir de faire qch , iets juist gedaan hehlen, frapper, slaan, kloppen, tikken.
papau, m. {^an pays, land), hoer, landman content, e, tevreden, reçut, passé dof. van rece-
voir, ontvangen, amitié, f., vriendschap, vriendelijkheid^ v. confier, vertrouwen (confiant, e,
vertrouwend.^ becqueter {van hec, m., snavel, hek, m \ pikken, miette, f. {van mie, i., kruim,
v.), kruimel, v., kruimeltje, o. tomber, vallen, beaucoup, veel\ zeer. Bij werkw. wordt zeer
niet door tres, maar door beaucoup vertaald-, zeer veel door bien, reparat, passé déf. van
reparaître, weder verschijnen. ,et que les arbres = et lorsque les arbres. In plaats van het-
zelfde voegwoord in dezelfde periode ie herhalen, vervangt men hei in Franse h den tweeden
keer en de volgende gewoonlijk door que. se couvrir de qcb., zich met iets bedekken, feuille,
f., hlad, 0. bote, m., gastheer; gast, s'envoler, wegvliegen, construisit, passé déf. van
construire, houwen (je construis, nous coustruisous; je coustruisis; je construirai; construit, e).
nid, ra., nest, o. joyeux, se, vroolijk, opgertämd. chanson, f., lied, o. retour, m., terugkeer,
m., terugkomst, v. amen^', medebrengen, (emmener, medenemen.) compagne, 1., gezellin.
demeure, f., woning, v. réjouir, verblijden; se réjouir, zich verheugen, coatiance, f., vertrou-
wen, O. remarque, f., opmerking, aanmerking, v. répondre, antwoorden» parler, spreken,
éveiller, opwekken, wekken, (s'éveiller, wakker worden.) amour, m., ließe, v. produit, iud.
piés. van produire, voortbrengen, teweeg brengen, opwekken (je produis, nous produisons; je
produisis; je produirai; produit, e).
1^. miroir, m., spiegel, m, élever, opvoeden, grootbrengen, village, m., dorp, o.
parents, m., ouders, surpris, passé déf. van surprendre, verrassen; overvallen, d*abord, eerst
(van abord, nn., ingang, toegang, m.), image, m., heeld, o. travers, m., schuinte; ver-
keerdheid; luim, gril, v., inval, ra. digne, waardig, même, zelfs, être, m., wezen, o.
outrager, beleedigen, beschimpen, alors, toen, daarop, dépit, m., verdriet, o., spijt,
in. poing, m., vuisty v. menacer, dreigen, de même, eveneens, marmot, m., baviaan m.,
snaak, kleine schalk, fâché, vertoornd, boos. frémir, sidderen, rillen; heven {van woede),
battre, slaan, insolent, e, onbeschaamd, se faire mal, zich zeer doen. main, f., hand^ v.
colère, f., toorn, m., woede, v, en, daardoor, daarvan, augmenter, vermeerderen, toenemen;
grooier worden, furieux, se, woedend, errer, dwalen, zwerven; heen en weer loopen, pleiu'er,
weenen; beweenen, glace, f., spiegel, m.; ijs, o. consoler, troosten, vertroosten, embrasser,
omarmen, omhelzen; kussen, tarir, drogen; opdrogen, pleurs, m., tranen, m. doucement, adv.
van het adj. doux, douce, zacht, comm'eiicer par, beginnen met. méchant, e, stoid, ondeugend,
causer, veroorzaken, présent, e, tegenwoordig y aanwezig; à present, mi, thans, sourire, glim-
lachen. tendre, uitstrekken, bras, m., arm, m.
Bladz. 4.
en colère, toornig, société, f., maatschappij, v., gezelschap, o. emblème, m., zinnebeeld^ o.
bien- m., goede^ o. mal m., kwade o. rendre, vergelden, wedergeven, makeà.
13. corbeau, m., raaf, v. renard, m., vos, m. se percher {van perche, f., stang, v.,
stok^ m.), zich op eene stang zetten; zitten, perché, gezeten, fromage, ra., kaas, v. odeur, f.,
geur, reuk, m. allécher, lokken, aanlokken, k peu près, bijna, nagenoeg, langage, ra., iaat,
y., que, als uitroep x wat! hoe! joli, e, mooi. sembler, schijnen, saus raentir, zonder ie liegen
(saus en pour zijn nooit gevolgd van de of à voor een infinitif), ramage, m., gekweel, o., zang,
m.; loofwerk, o. se rapporter à, betrekking hebben op; in overeenkomit zijn met. plumage,
m. {van plume, f., vedet, v.), gevederte, o. phénix, m., feniks, ra. {fabelachtige vogel; men
zeide dat hij 500 jaar leejde en zich dan verbrandde, waarna uit zijne asch een nieuwe vogel
ontstond), bois, in., hout; bosch, woud, o. raot, m., woord, o. proie, f., roof, buit, m,
saisir, grijpen, vatten, se saisir de qch., zich van iets meester maken, monsieur, m., mijn-
heer, heer. apprendre, leeren; vernemen, flatteur, m., vleier, ra. dépens, m. pl., kosten,
onkosten, m.; aux dépens de, ten koste van. écouter, luisteren, toehooren^ aanhooren. leçon,
f., les, v. doute, m., twijfel, m. hontenx, se {van honte, f., schaamte, schande, v.), beschaamd,
1
\