Boekgegevens
Titel: Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Auteur: Herrig, Ludwig; Helderman, D.J.
Uitgave: Deventer: A. ter Gunne, 1871
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-353
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200765
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Leesvaardigheid, Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Premières lectures françaises: Fransch leesboek voor de lagere klassen der hoogere burgerscholen enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 206 —
animal, m., dier, o.; foi d'animal, op mijn woord van eerlijk dier» intérêt, m., inter est, m.j
rente^ v. principal, m., hoofdsom^ v., kapitaal^ o. het geleende, prêteuse, f. va» prêteur, leen-
ster. la fonrmi n*est pas prêteuse, de mier leent niet gaarne uit. moindre, minder^ geringer
{comparatif van petit, klein, gering ; — moins is de comp, van peu, weinig), défa'it, m.,
gehrek, o. son moindre défaut, de deagd^ die zij het minst in beoefening brengt, faisiez, imp.
van faire, doen; maken; (je fais, nous faisons, vous faites, ils font; je fis; je ferai; fait, e;
subj. prés, que je fasse), temps, ni., tijd, m.; tceder, o. chaud, e, warm, emprunter, leenen
van; emprunteuse, f. {van emprunteur) borg ster. nuit, f. nacht, m. jour, m., dag, m.; (nuit
et jour, daq en nacht)., à tout venant ■= à tout passant, voor iederen voorbijganger. déplaise
van déplaire, mishagen {van plaire, behagen; /e plais, il plaît, nous plaisons; je plus; je
plairai; plu); ne vous déplaise, met mw welnemen; het mishaqe u niet. en, daarover, er over;
er mede, aise, verheugd, verblijd, j'en suis tort aise, dat doet mij veel pleizier. eh bien,
welnu, welaan, danser, dansen, maintenant, nu.
La Fontaine, een beroemd fransch fabeldichter, 1631-1695.
3. chien, m., hond, m. chat, m., kat, v. \ vendre, verkoopen. par, door, maître, m.,
meester., heer. briser, breken, verbreken, chaîne, f., keten, v., kettinq, m., reyint, passé déf.
van revenir, terugkomen, logis, m., huis, o., woning, v. naître, geboren worden (je nais,
nous naissons; je naq;is; je naîtrai; né, e). juger, oordeelen; zich voorstellen, devint, passé
déf. van devenir, worden, de ce qu'il devint, wat er van hem werd. lorsque, toen. prix, m.,
loon, 0., waarde, v., prijs, m. zèle, m., ijver^ m. reconduit, part, passé van reconduire,
terugbrengen, terugleiden, conduire, geleiden, brengen (je conduis, uous conduisons: je condui-
sis; je conduirai; conduit, e). bâton, m., stok, m. vers, naar. demeure, f., woning, v.
vieux, vieil, vieille, oud. compagnon, m , medgezel, m. surprise, f., verrassing, verwondering,
V. extréme, groot; uiterst passer, voorbijqaan, voorbijkomen, mot, ra , woord, o. croyais,
imparf. van croire, gelooven, meenen, denkencrois, pous croyons; je crus;, je croirai; cru,
e). donc, don, dus, pauvre, arm, dwaas, gek, on {van homme), men. aimer, liefhebben, be^
minnen.
riorian, 1755—1794, fransch dichter en romanschrijver. Zijne fabelen zijn het best.
Soleil, m., zon, v. vent, m., wind^ m. entrer, binnentreden, treden in. en,
dispute, f., twist, m. entrer en dispute, tuoist krijgen, pour savoir, om te weten, lequel,
laquelle, wie. parviendrait, cond. prés. van parvenir à, komen, geraken tot. Ie plus vite, het
spoedigst, het eerst, êter, wegnemen; uittrekken, habit, m., kleed, o., rok, jas, m. voyageur, m.,
reiziqer, faire ôter l'habit à un voyageur, eenen reiziger den jas doen uittrekken, sur, op, over.
route, f., weg, m. prétendit, passé déf. van prétendre, beweren, voorgeven, volhouden; het heeft
geen de of à achter den infinitif, et Ie voilà qui commence, en daar begint hij, souffler, bla-
zen; waaien, commencer heeft gewoonlijk à of de achter zich. vilain, e, leelijk, vuil. paraît,
iud. prés. vati paraître, verschijnen; schijnen {je parais, nous paraissons; je parus; je paraîtrai;
paru, e). changer, veranderen; verwisselen, vjisselen, le temps va changer, het weder zal ver-
anderen, ci&l, m., hemel, m.; lucht v. couvre, ind. prés, van couvrir, 'dekken, bedekken (je
couvre, nous couvrons, couvert — overigens regelmatig), froid, e, koud; {men zegt: j'ai froid,
j'ai chaud, ik ben koud, warm), boutonner {van bouton, m., knoop, m.) toeknoopen. haut, e,
hoog; en haut, boven, fermer, sluiten, toemaken, hater, haasten, verhaasten, marche, î,gang,
tred, m, afin de, voor een infinitif, om ie. échapper, ontsnappen, onthopen. Men zegt échap-
per qch., de qch. en à qch.; ce mot m'a échappé, dal woord is mij ontqaan {ik heb '/ niet
gehoord); ce mot m'est échappé, dat woord is mij ontvallen {ik heb er niet bij nagedacht).
après, na, quart d'heure, m., kwartier, fatiguer, vermoeien; vervelen; fatigué de voir, moede,
Bliidz. 2.
persistance, f.,' volharding, v. garder, houden; bewaken, behouden, cesser, ophouden, bewaren,
redevint, passé déf. van redevenir, weder vjorden. tranquille, rustig, stil, bedaard, tempête,
f., storm, m. passer, voorbijgaan; doorbrengen (ctre passé, voorbij zijn, verloopen zijn; avoir
passé, voorbijgekomen zijn; doorgebracht hebben), gris, e, grijs, grauw, tuut à l'heure, zooeven
nog. beau, bel, belle, schoon, fraai, bleu azuré, hemelsblauw, reparut, passé dét. van repa-
raître, weder verschijnen, mit, passé déf. van mettre, leggen, zetten, plaatsen (je mets, nous
mettons; je mis; je mettrai; mis, e). se mettre à, beginnen te. darder, werpen, nederschieten
{van dard, m., werpspies, v.). rayon, m., straal, m. comprenant, part. prés, van comprendre,
begrijpen, verstaan (preudre, nemen, je prends, nous prenons, ils prennent; je pris; je prendrai;
pris, e). ne . . . rien, niets, changement, m., verandering, v. subit, e, plotseling, s'écrier,
uitroepen, schreeuwen. Dieu, Qod, chaleur, f., warmte, hitte, v. bouffer, stikken, verstikken.