Boekgegevens
Titel: De wijde, wijde wereld: aardrijkskundige schetsen voor de hoogste klassen der volksschool
Deel: I Nederland
Auteur: Heuvel, H.W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1896 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4464
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200759
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederland, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De wijde, wijde wereld: aardrijkskundige schetsen voor de hoogste klassen der volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
OP DE DRENTSCHE HEIDE.
Uren aan uren strekken in Drente de iieivelden zich nog
uit, vooral in het midden, waar de bodem het hoogst is. Dier
en daar zijn ook nog zandstuivingen. De meeste echter zijn
door dennenaanplant beteugeld en lievelingsverblijven van
vossen en konijnen geworden.
Op een heerlijken lïiorgen in den nazomer beginnen wij
een tochtje over de heide, liet bedauwde herfstrag ligt als een
zilveren sprei over het lieidekruid. Jubelend stijgt de heide-
leeuwerik op in de blauwe lucht. Mei veel gedruisch vliegt
het schuwe veldhoen voor ons op. De dopheide is meeren-
deels uitgebloeid , doch de struikheide staal in vollen Meur.
Huik eens, hoe heerlijk de honing geurt. De bijen vliegen
gonzend van bioem tot bloem.
De diepste stilte heerschl in hel rond. Geen huis. geen hut
ontwaren we; alleen heel in de verte steekt een torentje uit
het geboomte op. Geen menschelijk wezen ontmoeten we. Ja.
toch , ginder ver komt een boer met een voer heideplaggen
laïïgzaarn aam'ijden over de diepe, kronkelende wagensporen,
die ons voetpad kruisen. Hij zal die plaggen als strooisel in
den stal gebruiken.
Ken enkele witte berk, eenige brem- en jeneverslruiken, en
verder niets dan het paarse heidekruid , ziedaar de planten-
groei der heide. Op een enkele plaats heeft men een vorigen
winter keien gegraven. De kleinere klopt men lijn voor de z. g.
»Mac-Adam-wegen." Zwaardere verscheept men naar onze zee-
dijken en havenhoofden. De lijne grint wordt eerst gezift en
dan op de grintwegen gebracht.
Daar ligt, eenzaam en stil in de maagdelijke heide, een
hunebed. Die ruwe steenhoop wekt onze belangstelling. Hij
beslaat een larigwerpig vierkant met twee of meer zware gra-
nietblokken aan elk der lange een sluitsteen aan elk der korte
zijden en een of meer reusachtige deksteenen er boven op.
Zoo liggen er in het oude landschap Drente nog ; vele op
de heide , bij Borger een in een korenesch . bij Bolde onder
oude, krachtige eiken. Weinige zijn echter ongeschonden. Men