Boekgegevens
Titel: Natuurkunde voor de Nederlandsche scholen
Auteur: Helge, J.E.; Lancel, J.N.
Uitgave: Tiel: A. van Loon, 1896
5e dr. ;
Opmerking: Eerste stukje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4386
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200732
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuurkunde voor de Nederlandsche scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
selen, die schijnbaar met de ondoordringbaarheid in
strijd zijn, zooals : het indringen van inkt in vloeipa-
pier , van water in steenen , van olie of vet in marmer
of papier, het oplossen van vaste lichamen in vloeistof-
fen , het mengen van gassen, het kleiner vrorden van
het volumen bij het mengen van twee- gelijke volumina
alcohol en water enz. Al deze verschijnselen zijn slechts
schijnbaar in strijd met de ondoordringbaarheid, want
de ondoordringbaarheid volgt onvoorwaardelijk uit de
bepaling van een lichaam ; doet zich dan ook een van
de opgenoemde verschijnselen voor, dan dringt de inkt,
het water of de olie in kleinere of grootere openingen
in het lichaam, die dikwijls met al of niet gewapend
oog zijn te herkennen. In 't dagelijksch leven noemt
men die openingen poriën, en zulke lichamen poreus;
dit zijn echter niet de poriën , en het is niet de poreus-
heid , die men in de natuurkunde bedoelt, zooals we
later zullen zien.
De gevolgen van de ondoordringbaarheid neemt men
0. a. waar bij het leggen van een metalen kogel in een
glas gevuld met water; er vloeit dan water uit het
glas en , bij nauwkeurig onderzoek, blijkt dat de ruimte,
die het uitgevloeide water inneemt, even groot is als
die van den kogel.
Plaatst men een ledig bierglas omgekeerd in water,
dan dringt het water wel voor een gedeelte in het glas
(zie samendrukbaarheid) , maar zal nooit het glas ge-
heel kunnen vullen.
Drukt men een trechter vast in den hals van een
flesch en giet men deu trechter vol met water, dan zal
men zien dat slechts een gedeelte van het water in de
flesch vloeit; de afgesloten lucht verhindert de verdere
toevloeiing ; eerst wanneer men den trechter optilt en
de lucht uit de flesch kan ontsnappen , begint de uit-
vloeiing van het water weer.
Toepassingen van de ondoordringbaarheid heeft men,
onder meer, in het dempen van slooten of grachten, en
in het gebruik, dat men maakt van de duikerklok bij
het leggen der fondamenten voor pijlers van bruggen.
Bij een duikerklok past men in 't groot toe, wat er
gebeurt bij het indompelen van een omgekeerd ledig
bierglas in water.
1*