Boekgegevens
Titel: Hebt de dieren lief!: een leesboekje voor kinderen
Deel: Tweede stukje
Auteur: Pyttersen, H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1858
2e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4367
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200726
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hebt de dieren lief!: een leesboekje voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
44'
daar op legt zij hare eijertjes, die door de warmte
der zon uitgebroeid worden. Uit dit eitje kruipt een
wormpje, dat zich dadelijk van bet schuitje af in
het water Iaat vallen, en naar beneden zinkt. Op
den bodem vindt het kleine diertje juist dat
voedsel, hetwelk bet aanvankelijk behoeft. Grooter
wordende, begint het te zwemmen; eindelijk vol-
wassen zijnde, verliest het zijne huid, en wordt
eon popje, voorzien van twee horens aan den kop,
waarmede het zich aan de oppervlakte van het
water vasthoudt. In dit popje zit reeds het mug-
je als ingebakerd. Na eenige dagen laten deze
omkleedselen los, het diertje spreidt zijne vleu-
geltjes uit, en verheft zich al vliegende en gon-
Eende in de lucht. — Is dat niet wonderlijk ? Zoo
groot is God zelfs in de kleinste dingen. —
Och ! ivat gonst gij heeren, neven! *J
Mij om 't hoofd, als 'k slapen ga :
En wanneer ik naar u sla,
Snort gij om er van te beven,
Zoo dat ih niet rusten kan, —
Nu ik hel) genoeg er van.
Zelfs durft ge op mijn neus u zetten.
Of zuigt 'i bloed uit hand en wang;
Waarlijk, mugjes, ik word bang!......
Wat toch zoude mij beletten ,
* Zoo noemt men deze soort van muggen ook wel.