Boekgegevens
Titel: Hebt de dieren lief!: een leesboekje voor kinderen
Deel: Tweede stukje
Auteur: Pyttersen, H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1858
2e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4367
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200726
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hebt de dieren lief!: een leesboekje voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
Eaadt eens, wat les of het mugjen ons geeft?
Steeds bij ons spelen voorzigtig te wezen,
En voor gevaarlijke plaatsen te vreezen,
Hoe veel vermaak of pleizier men er heeft.
XVIII. De IWuggen.
Kent gij de bij aan haar gebrom , niet minder
kimt gij de mug aan haar gegons hooren. Dat zijn
lastige dieren, zult gij zeggen; dikwijls hebben ze
mij op mijne handen gestoken, en lieten geheele
builen achter, en niet zeidén hielden ze mij
uit den slaap, door hare eentoonigemuzijk , die zij
in mijne bedstede maakten. Nu ja! gij kunt
gelijk hebben, aangenaam zijn zeniet; maar
veelal haaldet gij haren overlast u zeiven op den
hals. Waarom zet gij uwe woning niet open, als
do lucht helder en frisch is; dan vliegen de mug-
gen naar buiten en verlaten uw huis; en waarom sluit
gij tegen den avond, vooral bij eene betrokkene
of regenachtige lucht , uwe deuren. en vensters
niet digt, wanneer zij In geheele zwermen
naar uwe woning trekken? Het diertje neemt
naauwkeuriger de weêrsgesteldheid waar dan gij.
Ziet, nu is het uwe eigene schuld, dat zij u over-