Boekgegevens
Titel: Hebt de dieren lief!: een leesboekje voor kinderen
Deel: Tweede stukje
Auteur: Pyttersen, H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1858
2e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4367
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200726
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hebt de dieren lief!: een leesboekje voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
iiig en was uit: Den zoeten honig,
waarmede de bakker de koek zoo
zoet maakt, en de was die zoo nuttig
is. En waar brengt zij die was en
honig ? Juist in de bijëkorven.
Aardig steekt zij haar kunstig gevormd
snuitje in den bloemkelk, en giet het
uitgezogene sap als in een honig-
kruikje; terwijl hare achterpootjes
van twee lepeltjes voorzien zijn,
waarin zij de was bergt, en beide al-
zoo naar haar huisje draagt. — Zeer
kunstig weten de bijen hare woning
interigten. Teder heeft een afzonder-
lijk kamertje of cel, dat eene zeshoe-
kige gedaante heeft, en allen zijn zoo
stevig in elkander gebouwd of ver-
bonden , dat men het gansche gebouw
niet, dan met moeite, zoude kunnen
breken. — Al deze kamertjes zijn we-
der in drie verdiepingen verdeeld. In
die der eerste verdieping worden de
eijertjes gelegd, waaruit weder jonge
bijen voortkomen; in de kamertjes der
tweede verdieping verzamelt men de