Boekgegevens
Titel: Hebt de dieren lief!: een leesboekje voor kinderen
Deel: Tweede stukje
Auteur: Pyttersen, H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1858
2e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4367
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200726
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hebt de dieren lief!: een leesboekje voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
zit de haak hem door den bek, en 't baarsje
is gevangen. — Ja, ja! of gij nu al spartelt
en gaapt, dat helpt u niet. Hét is te laat,
baarsje!—
Hebt gij de schubben van den baars wel
eens naauwkeurig beschouwd? Doet dat
eens door een vergrootglas, en gij zult u ver-
wonderen over hare schoonheid.
Als gij eens geen snoek mogt lusten,
Fyne tong! vang dan maar baars:
In het meer vindt gij dit yischje ,
Op den juisten tijd, niet schaars.
7ijn uw hengels al in orde.^
Is uw wormpot wel gevuld?
Neem dan, als gij goed wilt slagen ,
Ook nog mee — een zak geduld.
Want gij moet bestendig turen
Op het dobbertje aan de koord,
En vooral geen drukte maken,
Zal de visch niet zijn gestoord.
Paar begint uw kurk te duiken,
't Baarsje hapt reeds naar het aas;
Haal hem zachtjes boven water;
Wel geducht, dat is een baas!
Weer het vischtuig uitgeworpen,
Nu zijt gij reeds aan den gleed. —
'k Wensch u straks een lekk'ren maaltijd,
Als gij ze van middag eet.