Boekgegevens
Titel: Hebt de dieren lief!: een leesboekje voor kinderen
Deel: Tweede stukje
Auteur: Pyttersen, H.
Uitgave: Sneek: J. Campen, 1858
2e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4367
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200726
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hebt de dieren lief!: een leesboekje voor kinderen
Vorige scan Volgende scanScanned page
11. De Baars.
Wij gaan \'isschen op het meer! Gaat gij
mede? De hengels zijn in orde en de worm-
pot is gevuld. Wij willen zien of wij een
zoodje baars kunnen vangen.—
De baars wint het in schoonheid en in
smaak van den snoek. — Zijn blank lig-
chaam is versierd met verscheidene zwarte
banden, en zijne vinnen en staart met eene
fraaije roode kleur. Daardoor is hij het sie-
raad onzer wateren. — Het baarsje vindt in
vele visschen zijne vijanden; maar geen van
allen durft hem onbedacht aanvallen, zelfs de
snoek niet, die anders juist niet bang is;
want op den rug heeft de baars zeer scher-
pe pennen in de vinnen, waarvoor ieder be-
vreesd isj ook de visscher, die hem vangt,
moet hem behoedzaam aangrijpen of hij zoude
er niet zonder bebloede handen afkomen. —
De baarzen worden in menigte aangetroffen,
en van daar dat zij zoo dikwijls op onze ta-
fels verschijnen. Zij zijn waarlijk eene lek-
kernij en voor zieke en zwakke menschen
eene onschadelijke spijze. — Zijne gulzigheid
brengt menig baarsje in het leed.—De hen-
gelaar kent deze eigenschap en verschalkt
hem dikwijls met zijnen hengel. Happig bijt
hij naar het wormpje, en eer hij het weet.