Boekgegevens
Titel: Cursus van platte en bolvormige driehoeksmeting
Auteur: Hansen, J.A.
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-329
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200723
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cursus van platte en bolvormige driehoeksmeting
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
Het spreekt van zelf, dat gij bij moeijelijke getallen van logarithmen
kunt gebruik maken. Zoo ook brengt men de getallen in logarithmen ,
wanneer men geene Natuurlijke-Sinus-Tafel bij de hand heeft.
De grootste zijde tot basis te nemen is wel verkieslijk , omdat als-
dan de beide hoeken scherp zijn, en de loodlijn binnen den driehoek
valt. Noodzakelijk is het echter niet, mits gij let op de teekens. Bg
voorbeeld:
Gegeven AB = 100, AC z= 204, BC — 152
AC + BC : AD + BD = AD — BD : AC — BC
of 356 : 100 = AD — BD : 52
AD — BD == 185, 12
AD + BD z= 100
AD = I y. 285, 12 = 142,56.
BD = ^ X 85, 12 = — 42, 56,
AD :AC = cos. A : 1 dus cos 4 = ^ = 142^ _ 0,6988205.
AC 204
BD : BC = COS. B : 1 dus cos ^ = — = ~ ^^ = — O, 2800000.
BC 152
Uit de negatieve BD blijkt, dat de loodlijn buiten den driehoek valt;
uit de negatieve cos. B , dat hoek B stomp is.
A — 45° 40' 2"
B = 106° 15' 37'
+ B = 151° 55' 39"
C = 28° 4' 21"
Nadat gij de beide uitgewerkte voorbeelden hebt opgelost, door lood-
Ignen op de andere zijden te trekken , zullen wij zien door welke stel-
lingen men scheefhoekige driehoeken regtstreeks oplost. Wilt gij van het
laatste geval nog opgaven ter oefening, zie hier dan eenige, die ik
u aanraad op te lossen door loodlijnen uit onderscheidene hoekpunten.
Dit zal u eene goede oefening zijn , en u overtuigen van de juistheid
uwer bewerkingen. De zijden zal ik in algemeen getal uitdrukken,
door dezelfde letters als de overstaande hoeken.