Boekgegevens
Titel: Cursus van platte en bolvormige driehoeksmeting
Auteur: Hansen, J.A.
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1842
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-329
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200723
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Goniometrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cursus van platte en bolvormige driehoeksmeting
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
MjOGARIT MMMEN.
Gij weet, dat men een product van gelijke factoren eene magt Tan
eenen derer factoren noemt, en dat de magt van een getal wordt aan-
gewezen door een klein getalmerk ter regter-bovenzijde van het getal,
welke aanwijzer van de magt exponent wordt genoemd. Zoo is bij
voorbeeld rxr — r^ de tweede magt van r, en het product van drie
of meer factoren eene derde of hoogere magt.
De gewone Logarithmen z^n aanwijzers van de magt, tot welke het
getal 10 moet worden verheven , om gelijk te zijn aan het getal waar-
toe de Logarithmus behoort. Slechts weinige getallen hebben een rond
getal tot Logarithmus. Bij voorbeeld: 100000 = 10 X 10 X 10 X
10 X 10 zijnde, en alzoo 5 factoren 10 bevattende, heeft 5 tot
Logarithmus. Van hier met 10 afdalende , komen wg op :
10000, vier factoren 10 bevattende, heeft 4 tot Logarithmus,
1000, drie » » » 3 » »
100, twee » » » » 2 » »
10, één' factor » ' » »1 » »
1 , geen' » » » » O » »
De Logarithmen van al de tusschenliggende getallen zijn benaderd in
tiendeelige breuken , welke in vele tafels tot 7 of meer decimalen wor-
den aangewezen , in sommige slechts tot 5 cijfers achter de comma.
In de meeste tafels staat nevens elk getal in de eerste colom, des-
lelfs logarithmus in de tweede colom. In sommige staat het laatste
cijfer van het getal aan het hoofd der 10 volgende colommen.
Sla in deze tafel de logarithmen eens op , bijvoorbeeld van 7 , van
70 , van 700 en van 7000 , en gij zult bevinden , dat de cgfers ach-
ter de comma voor alle dezelfde zijn, en alleen het getal geheelen tel-
kens met 1 opklimt. Dit volgt uit den aard der zaak, wijl elk der
genoemde getallen eenen factor 10 meer bevat dan het voorgaande.
Even zoo zullen de logarithmen van 7854, van 785,4 van 78,54 ,
en van 7,854 niet verschillen in de cijfers achter de comma, maar
alleen in het getal geheele factoren 10, naar mate het getal boven
1000 , boven 100 , boven of beneden 10 is.
Het getal geheelen in eenen logarithmus, zullen wij den Index noemen.
In vele tafels heeft men den Index weggelaten , omdat men dien
gemakkelijk uit het getal kan bepalen. Bij voorbeeld :