Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
61
Do you hear the wind roaring
through the pine-/(5rest?
It is just like the noise of a
distant sea.
How the 6i71ows chafe against
the cliffs!
What rustling was that among
the boughs?
A bird flew out from hetween
the branches.
Do you hear the squirrels nib-
bling the beech-nuts?
Water is said to be the eye
of a landscape.
Each little cottage is surround-
ed by its orchard.
Here comes a sAepherd with
a flock of sheep.
Faugh , what a shocking dust
they make!
How jwi'etly the cows are
grazing on the meadow !
Take care ! there's a drove of
oxen coming.
Are you a iotanist?No, but
I am very fond of flowers.
Did you order the carriage
to fetch us back?
I hear a young bird chirup;
there must be a nesthere.
That peasant-boy has a hand-
ful of ma/lows.
The field is cowered with but-
ter-cups and doisies.
Is that a stone-yuarry we see
at a distance?
This path leads to Mr. G's
farm.
The air is very keen; it gives
one an appetite.
Hoort gij den wind door het
dennenwoud ruischen ?
Het gelijkt op het gedruisch
van een ver afgelegen zee.
Wat slaan de baren tegen de
klippen!
Welk een geritsel was daar
tusschen de takken?
Er vloog een vogel tusschen
de takken uit.
Hoort gij de eekhoorntjes op
de beukennoten knagen ?
Men zegt dat het water het
oog van een landschap is.
Elke kleine hut is door een
boomgaard omringd.
Daar komt een schaapherder
aan met een kudde schapen.
Foei, hoe schrikkelijk veel
stof maken zij!
Hoe vreedzaam grazen de
koeijen op de weide !
Pas op ! daar komt een drift
ossen aan.
Zijt gij een kruidkundige?
Neen, maar ik houd zeer
veel van bloemen.
Is het rijtuig besteld om ons
af te halen?
Ik hoor een jongen vogel
piepen; er moet hier een
nest zijn.
Die boerenjongen heeft een
handvol maluwen.
Het veld is bedekt met boter-
bloemen en madeliefjes,
Is dat een steengroeve, die
wij in de verte zien?
Dit pad leidt naar de pacht-
hoeve van Mijnheer G.
De Jucht is zeer scherp; zij
maakt dat iemand honger
krijgt.