Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
The weather is very wet (very
damp).
The rain will lay the dust.
I think I never saw the streets
so dirty.
In the sufturbs one is up to
one's knees in mud.
The rain has set in for the
whole day.
What a wblent wind! It blows
a /(«rricane.
There is a very high wind
this morning.
The ice already bears; we
can go a-skating.
It begins to thaw.
Will you go to see the break-
ing-up of the ice?
I shall be glad when the win-
ter is over.
I don't like the long dull even-
ings, when one is obliged
to be shut up in one's room.
I pre/isr being in the open air.
The days are already lengih-
ening.
March is Msually a bleak,
windy month.
We shall soon have spring.
The horse-chestnut trees are
already in blossom.
How dark it gets ! Now it is
getting light again.
It is only an April shower.
Did you see the rainbow?
It will soon be over; see, the
sun shines again.
How the rain-drops glitter on
the leaves.
How piercingly hot the beams
are!
Het weder is zeer nat (zeer
vochtig).
De regen zal stof wegnemen.
Ik geloof dat ik de straten nog
nooit zoo vuil gezien heb.
In de voorsteden loopt men tot
aan de knieën in den modder.
Het zal den ganschen dag re-
genen.
Welk een hevige wind! Er
waait een orkaan.
Er is heden morgen een zeer
hevige wind.
Het ijs draagt reeds; wij kun-
nen gaan schaatsenrijden.
Het begint te dooijen.
Wilt gij naar het losbreken
van het ijs gaan zien?
Ik zal blij zijn, als de win-
ter voorbij is.
Ik houd niet van de lange,
treurige avonden, wanneer
men zich in zijn kamer
moet opsluiten.
Ik ben liever in de open lucht.
De dagen worden reeds langer
(beginnen reeds te lengen).
Maart is gewoonlijk een gure
en winderige maand.
Wij zullen spoedig lente heb-
ben.
De wilde kastanjes bloeijen
reeds.
Wat wordt het duister ! Nu
wordt het weder licht.
Het is maar eene April-bui.
Zaagt gij den regenboog?
Het zal spoedig over zijn; zie,
de zon schijnt reeds weêr,
Hoe schitteren de regendrop-
pelen op de bladeren.
Wat zijn de zonnestralen bran-
dend heet.