Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
You have dropped a stitch in
your kniVting.
1 don't know how to increase
and di/ninish.
How many rounds have you
knit?
I'm just knitting the lieel (the
toe).
CHAP. XH
TIME.
Months, Days, Parts of the
day , Hours,
January, February, March ,
.i4pril, May, June, JuZy, .Au-
gust , September, October,
November, December.
"What's the day of the month ?
SunA&y, Mond&y, Tuesday,
TFednesday, ThursA&y,Fri-
day, «Saturday.
AYhat's the day of the week ?
or, what is to day ?
What time do you get up in
the morning?
I'm a very early j-iser; I'm
always called at 4.
He always lies in bed till 9
o'clock.
1 should like to sleep half an
hour longer.
Do you sit up late at night?
He took a ten minutes' nap
after dinner.
1 seZdom go to bed before
12 at night.
She'll be with usin aminute.
Were you at the opera last
night?
Do be so kind as to wait a
moment.
Gij hebt een steek laten
vallen.
Ik kan niet heffen noch min-
deren.
Hoeveel toeren hebt gij ge-
breid ?
Ik brei juist de hak, de hiel
(den teen).
HOOFDSTUK XII.
ÏIJD.
Maanden, Dagen, Gedeelten
van den dag , Uren.
Januarij , Februarij , Maart,
April, Mei, Junij, Julij, Au-
gustus, September, October,
November , December.
De hoeveelste is het heden?
Zondag, Maandag, Dingsdag,
Woensdag, Donderdag,
Vrijdag, Zaturdag,
Welke dag is het van daag?
Hoe laat staat gij 's morgens
op?
Ik sta zeer vroeg op; ik word
altijd om 4 uur geroepen.
Hij ligt altijd in bed tot 9 uur.
Ik zou gaarne een half uur
langer slapen.
Zit gij laat op?
Na het eten deed hij een dutje
van een minuut of 10.
Ik ga zelden vóór 12 uur naar
bed.
Zij zal in een minuut by ons
zijn.
Zijt gij gisteren in de opera
geweest?
Wees zoo goed een oogen-
blik te wachten.