Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
They adyanced with the ut-
most intrepidity.
Drunkenness is an aiominable
vice.
He was sewerely punished for
his wickedness.
His reign was marked with
cruelty and avarice.
This was the fruit of his mer-
ciless extortion.
She is much addicted to üying.
Nothing can equal her false-
ness.
Tlie whole story is false.
He thought to succeed by his
hypocrisy.
Did 3'ou ever see such a dis-
sembler ?
He was detected in spite of his
dissimuZation.
I hate a lie above all things.
Why put yourself in such a
passion?
I don't recommend /orward-
ness, but di/lfidence will
jiever bring you through
the world.
Oh 1 he has a good stock of
impudence.
He has made her süßer enough
by his malice.
He won't easily forget your
unfcindness.
How could you be guilty of
such inhumanity ?
That is the effect of his in-
ordinate gluttony.
Zij rukten met de grootste
onverschrokkenheid voort.
Dronkenschap is een verfoei-
jelijke ondeugd.
Hij werd streng gestraft voor
zijn slechtheid.
Zijn regering werd geken-
merkt door wreedheid en
gierigheid.
Dit was de vrucht van zijne
onbarmhartige afpersing.
Zij is zeer tot liegen ge-
zind.
Niets evenaart haar valsch-
heid.
De geheele geschiedenis is
onwaar.
Hij dacht te slagen door zijn
huichelarij.
Zaagt gij ooit zulk een veins-
aard ?
Hij werd ontdekt in spijt van
zijn veinzerij.
Ik haat niets zoozeer als een
leugen.
Waarom wordt gij zoo drif-
tig?
Ik beveel u de onbescheiden-
heid niet aan; maar bloó-
heid zal u niet door de we-
reld helpen.
O! hij is onbeschaamd genoeg.
Hij heeft haar genoeg doen
lijden door zijn boos-
heid.
Hij zal uwe onvriendelijkheid
niet ligt vergeten.
Hoe kondt gij u aan zulk eene
onmenschelijkheid schuldig
maken ?
Dat komt van zijne onbeteu-
gelde zwelgerij.
2**