Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
What horrid grimaces he
makes !
He is always making mouths
at one.
Don't keep laughing so.
I can't help laughing.
What contzViued roars of laugh-
ter I hear !
What is she weeping for?
Weeping is said of grown-up
persons , crying of children.
How disagreeable that bawl-
ing is !
The sigh was followed by a
deep groan.
She held her breath and
thought she heard a whis-
pering.
He was quite overcome with
droit'siness.
Do you hear that snoring up
stairs ?
The numbness soon went
off.
He leads a life of great ac-
iivity.
Nothing can exceed the agil-
ity of his motions.
Nothing can equal his awk-
wardness.
What an expressive look he
cast!
He accosted me with an air
of (/ravity.
There was jientleness in his
mien.
He is of a very robust con-
stitJition.
Is he fair or dark-haired?
She has a very florid com-
pZexion.
His son is deaf and dumb.
Welke afschuwelijke grimas-
sen maakt hij !
Hij trekt altijd tegen iemand
een scheven mond.
Lach toch zoo niet.
Ik moet wel lagchen.
Wat onophoudelijk gelach
hoor ik toch!
Waarom weent zij ?
To weep (weenen) zegt men van
volwassen personen , to cry
(huilen) van kinderen.
Wat is dat gebalk onaange-
naam !
De zucht werd gevolgd door
een zwaar gesteun.
Zij hield haar adem in en
meende dat zij hoorde fluis-
teren.
Hij was geheel door slaperig-
heid bevangen.
Hoort gij dat snorken daar-
boven ?
De verdooving ging spoedig
vooïbij.
Hij leidt een zeer werkzaam
leven.
Niets kan de vlugheid zijner
bewegingen overtreffen.
Niets evenaart zijn lompheid.
Welk een beteekenisvollen
blik sloeg hij !
Hij sprak mij op een defti-
gen toon aan.
Hij had een vriendelijk voor-
komen.
Hij heeft een zeer sterk
(een ijzeren) gestel.
Heeft hij blond of donker haar?
Zij heeft een zeer hooge kleur
Zijn zoon is doof-stom.