Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
Three houses were burnt do wn.
He was struck dead by light-
ning.
A thunAerholt fell on the
Aa^rick.
Two large barns were con-
SMjned.
She lost a bracelet in the
theatre.
He thrust his hand through
the window.
His gun went off as he was
getting through a hedge.
I spilled a Joitle of ink all
over my dress.
A sZater fell from the roof.
He missed his /oozing and fell
from the /adder.
The sca/folding gave way and
all the spectators fell to the
ground.
We missed our way in coming
through the forest.
I overslept myself this mor-
ning.
He has misZaed his penknife
somewhere.
Take care, you don't let the
tole fall!
I misfoofc the road.
You confound the two names.
The boat sunk in crossing the
stream.
He was thrown from his horse
and broke his thigh-bone.
The steam-carriage was
thrown off the rails.
There was a coUision between
two steamers.
Er brandden drie huizen af.
Hij werd door den bliksem
doodgeslagen.
De bliksem sloeg in den hooi-
berg.
Twee groote schuren brand-
den af.
Zij verloor in den schouw-
burg een armband.
Hij stak zijn hand door het
venster.
Zijn geweer ging af toen hij
door een heg kroop.
Ik stortte een flesch inkt op
mijn kleederen.
Een leidekker viel van het dak.
Hij stapte voorbij de sport en
viel van de ladder.
De stellaadje stortte in en de
toeschouwers vielen allen
op den grond.
Wij verdwaalden in het bosch.
Ik heb mij dezen morgen
verslapen.
Hij heeft zijn pennemes ver-
legd.
Pas op, dat gij den ketel
niet laat vallen.
Ik sloeg een verkeerden weg in.
Gij verwart de beide namen.
De boot zonk bij het over-
varen.
Hij viel van zijn paard en
brak zijn dijbeen.
De stoomwagen werd uit het
ijzeren spoor {rail) gewor-
pen (heeft gederailleerd).
Twee stoombooten stieten te-
gen elkander.