Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
He has a bump on the fore-
head.
The flesh is torn from his
left arm.
He has had two teeth knocked
out.
How I have bruised my leg !
the skin is grazed.
I am all black and blue with
the fall.
A child was driven over this
morning.
He was crushed under the
wheels.
A man on ftorseback rode
over him.
The coach broke down in the
mtddle of the heath.
Our carriage was upset, (over-
turned.)
We drove against a large
waggon.
Our horses took fright and
ran off.
He fell into the river and
was drowned.
We were attached by two
roibers,
The house was broken open
and plundered.
My pocket was picked in the
crowd.
He was robbed of his gold
watch.
The glass cracked the moment
the hot water was poured
in.
I have scalded my hand.
Her clothes caught fire and she
was dreadfully scorched,
Testerday there was
in the suiurbs.
Hij heeft een buil aan het
voorhoofd.
Aan zijn linkerarm is het
vleesch uitgerukt.
Men heeft hem twee tanden
uitgeslagen.
Wat heb ik mijn been ge-
kneusd! het vel is geschaafd.
Ik ben geheel bont en blaauw
van den val.
Heden morgen is er een kind
overreden.
Hij werd door de raderen
verbrijzeld.
Een ruiter overreed hem.
brak midden in
werd omge-
De wagen
de hei.
Onze wagen
worpen.
Wij reden tegen een voer-
manskar aan.
Onze paarden schrikten en
gingen op hol.
Hij viel in de rivier en ver-
dronk.
Wij werden door twee roovers
aangevallen.
Het huis werd opengebroken
en geplunderd.
Een zakkenroller bestal mij
in het gedrang.
Men ontstal hem zijn gouden
horlogie.
Het glas barstte toen men er
warm water in goot.
Ik heb mijn hand gebrand.
Hare kleederen vatteden vuur
en zij werd schrikkelijk
gebrand.
a fire Gisteren was er brand inde
voorstad, p
hederlan(jschOGhoolmuseum
Pnnsengractii U, kij t Friosenstraat
I AMSTiikDAiVi
I