Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
I once knew an old man of 96,
who always said of his son
of 70 : »that boy of mine !"
She is in the very prime of life.
How old may your «ncle be ?
That 6abj can't be above a
month old.
Your sister must then have
been in her childhood.
She is not yet out of her teens.
From 13 to 19 incZ?(sive are
called the ^ teens."
CHAP. IV.
Health and Sickness,
How do you do? Very well,
I thank you, and how do
you do ?
How are you this mormng ?
How is your brother ?
How doesyour 7?a;cellencydo?
How has your ladyship been,
since I last had the pleasme
of seeing jou ?
Pretty well, thank you. Per-
fectly well.
So, so. Not very well. Rather
poorly.
I've been rather mwell this
week.
What has been the waiter
with you?
What has ailed you?
What ails you this »Korning?
You look poorly.
I feel very queer, I'm quite in
low s/)zrits.
Ik heb een ouden man van
96 jaar gekend, die altijd
van zijn zeventigjarigen
zoon zeide: > die jongen
van me."
Zij is in den bloei van 't leven,
Hoe oud zou uw oom zijn?
Dat kleine kind kan niet
ouder dan eene maand zijn.
Uw zuster moet toen nog in
haar kinderjaren geweest zijn.
Zij is nog geen 20 jaar.
De jaren tusschen de 13 en 20,
worden de» teens" genaamd.
HOOFDSTUK IV.
Gezondheid en Ziekte.
Hoe vaart gij ? Zeer wel,
verpligt; hoe vaart gij ?
Hoe bevindt gij u heden mor-
gen?
Hoe vaart uw broeder?
Hoe vaart uwe Excellentie?
Hoe is 't met uwe gezondheid
geweest, Jlevrouw, sedert
ik hot laatst het genoegen
had II te zien.
Vrij wel, ik dank u. Zeerwel.
Zoo , zoo. Niet te best. Niet
al te wel.
Ik ben de gansche week niet
regt wel geweest.
Wat heeft u dan gemankeerd ?
Wat scheelde u ?
Wat scheelt u van morgen ?
Gij ziet er niet goed uit.
Ik gevoel mij ongesteld. Ik
ben zeer gedrukt.