Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
165
I don't mind making up a
ruhh&T.
There are two ladies and a
gentleman waiting; won't
you make a fourth ?
What game shall we play?
Let us make up a whislparty.
These are pigMe<cards; there
are but 32 cards in the pack.
In piquet cards all the deuces,
threes, fours, fives and
sixes are exc/jirfed.
A whist pack consists of 52
cards.
There are 4 suits of 13 cards
each.
There are 2 black suils and 2
red ones.
The black are called spades
and clubs.
The red are called hearts
and diamonds.
The highest c.ards are called
honours.
These are ace, Iting, queen,
knave.
Let us cut for partners; —
the deal.
Who deals ? — It is my deal.
Be so kind as to shuj^e the
other pack, while I am
dealing.
Will you please to cut ?
You forget to turn up the
trump card.
What are trumps? — The
trump card was the seven
of spades.
The trump card must lie till
after the first round.
It is your lead, Ma'am.
Ik wil wel een robber meê
spelen.
Daar zijn twee dames en ééa
heer; zult gij de vierde zijn?
Wat zullen wij spelen ?
Laat ons whist spelen.
Dit zijn piketkaarten; er zijn
maar 32 kaarten in het spel.
In de piketkaarten zijn alle
tweeën, drieën, vieren,
vijven en zessen uitgesloten.
Een whistspel beslaat uit 52
kaarten.
Er zijn vier kleuren, elk van
13 kaarten.
Er zijn 2 zwarte en 2 roode
kleuren.
De zwarten heeten schoppen
en klaveren.
De rooden harten en ruiten.
De hoogste kaarten worden
honneurs genaamd.
Deze zijn aas, heer, vrouw,
boer.
Laat ons trekken wie te za-
men spelen, — wie geeft.
Wie geeft? — ik geef.
Wees zoo goed het andere spel
te wasschen, terwijl ik geef.
Wees zoo goed af te nemen
(te couperen.)
Gij vergeet troef te keeren.
Wat is troef?— De troefkaart
was schoppen zeven.
De troefkaart moet blijven
liggen, totdat er eenmaal
rond gespoeld is.
Gij speelt uit, Mevrouw.