Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Now I see you are yourself
again.
This is kind indeed! I hardly
expected it.
This is far more than we
have deserved.
How have we deserved this
kindness of you?
How do we come by this
honour to day?
That was really very wicHA
of you.
So then, yon won't be per-
suadeA to go?
How can you pujw'sh us so
cruelly ?
I know 1 have no claim to
such a /avour.
I have no right to put your
kindness to the proof.
I have no right to encroach
upore your time.
Tou make too much ceremony
with an old friend.
I like nothing ieJter than
frankness.
If you inS!S< upon it, I must
obey.
He pressed me so urgently,
that I couldn't re/wse.
I hope you won't think me
im;)ortunate.
You are too ceremonious; it
is quite a /rifle.
Really it's not worth »Men-
tioning.
I assure you it's not worth
while.
Would there beany indeJicacy
in aUuding to it?
Nu zie ik dat gij weêr u
zelf gelijk blijft.
Dat is inderdaad vriendelijk.
Ik had het niet durven
verwachten.
Dit is oneindig meer dan wij
verdiend hebben.
Waarmeê hebben wij die
vriendelijkheid van u ver-
diend?
Waardoor genieten wij heden
deze eer?
Dat was waarlijk zeer slecht
van u.
Gij wilt u dan niet laten be-
wegen om te gaan?
Hoe kunt gij ons zoo wreed
straffen?
Ik weet dat ik op zulk een
gunst geen aanspraak heb.
Ik heb geen regt om uw goed-
heid op de proef te stellen.
Ik heb geen regt, om over
uw tijd te beschikken.
Gij maakt te veel komplimen-
ten met een ouden vriend.
Openhartigheid gaat bij mij
boven alles.
Indien gij er op staat, moet
ik gehoorzamen.
Hij drong mij zoo, dat ik
niet kon weigeren.
Ik hoop niet dat gij mij voor
onbescheiden zult houden.
Gij maakt te veel kompliraen-
ten; het is slechts een
beuzeling.
Inderdaad, het is niet noe-
menswaard.
Ik verzeker u dat het de
moeite niet waard is.
Zou het eenigzins onkiesch
zijn, er op te zinspelen?