Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
,136
. I ■
tt'i
We shall want a guide to show
us round the town.
What must I pay per day?
See that you send me a trusty
person.
1 want some one to go an
errand for me.
Do you keep job-coaches in
the house?
I must go to my banker's;
tell the coachman to drive
to — street.
Pay the coachman his fare
and send him off.
I shall return on foot; I
want to have a look at the
shops.
It's not above an hour's walk.
Pray, which is the way to —
street?
It's the second street on your
left.
Waiter, do you know if my
fellow-traveller is at home?
He is this moment gone up
stairs , sir.
Has no one called to ingm're
for me in my absence?
There are two letters come
by the post.
What do I owe you for the
postage ?
I've no change about me;
put it down in the bill.
Send up my bill to-morrow
afternoon.
What is it customary to give
the waiter ?
Inquire what time the train
starts for Bath.
Wij zullen een gids noodig
hebben, om ons de stad te
laten zien.
Hoeveel moet ik daags betalen?
Zend mij een vertrouwden
persoon.
Ik heb iemand noodig om een
boodschap voor mij te doen.
Houdt gij ook huurkoetsen?
Ik moet naar mijn bankier;
zeg den voerman om naar
de — straat te rijden.
Betaal den koetsier en zend
hem weg.
Ik zal te voet terugkeeren, ik
wilde gaarne de winkels
eens bezien.
Het is slechts een wandeling
van één uur.
Wat is de weg naar de —
straat ?
De tweede straat aan de lin-
kerhand.
Jan, weet gij ook of mijn
reisgenoot te huis is?
Hij is zoo even naar boven
gegaan, Mijnheer.
Is er niemand geweest om
naar mij te vragen, toen
ik uit was ?
Er zijn twee brieven met den
post gekomen.
Wat ben ik u schuldig voor
briefport ?
Ik heb geen klein geld bij mij,
zet het op de rekening.
Zend morgen middag mijn
rekening.
Hoeveel geeft men gewoonlijk
aan den knecht?
Onderzoek eens hoe laat de
trein naar Bath vertrekt.