Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
,134
Who's knocking at the door?
Is it already 6 o'clock ?
I shall lie half an hour longer.
Meanwhile send me the bar-
ber , and bring me some
warm water to shave.
You can bring up breakfast
as soon as you like.
Let us have tea and coifee
and eggs.
Tell the landlovd I should be
glad to speak with him.
The word landlordhas several
significations in English.
If I hire a few rooms, the pro-
prietor of the whole apart-
ment is my landlord and
I am his lodger.
If I hire a whole house or a
farm, the proprietor is my
landlord and I am his
tenant.
If at an inn, we ask for
the landlord, we always
mean the innkeeper.
The words d hire" and »let"
must never be confounded
with each other.
The tenant hires and the land-
lord lets.
The same distincfion is to be
made between »to borrow"
and 1) to lend"
A man who is in need of
money may borrow some; a
man who has more than
he wants may lend.
Borrow can never be used in
the sense of lend, nor vice
versa.
Landlord , I wish to know
the rent of this apartment.
Wie klopt er aan de deur?
Is het reeds 6 uur?
Ik blijf nog een halfuur liggen.
Zend mij ondertusschen den
barbier, en breng mij wat
warm water om te scheren.
Gij kunt het ontbijt zoo vroeg
brengen als gij wilt.
Geef ons thee,koffij eneijeren.
Zeg aan den waard, dat ik hem
gaarne wenschte te spreken.
Het woord landlord heeft ver-
schillende beteekenissen.
Indien ik eenige vertrekken
huur, dan is de eigenaar
van het huis mijn landlord
en ik ben zijn lodger.
Indien ik een geheel huis of
hoeve huur, dan is de eige-
naar mijn landlord en ik
ben zijn tenant.
Indien men in een herberg
naar den landlord vraagt,
dan bedoelt men daardoor
altijd den herbergier.
De woorden »hire" en i lef'
moeten niet met elkander
verward worden.
De tenant (pachter)huurt ende
eigenaar verhuurt(verpacht).
Hetzelfde onderscheid moet
men maken tusschen »to
borrow" en i> to lend."
Iemand die geld noodig heeft,
borgt het; hij die meer
bezit dan hij noodig heeft,
leent het.
Borrow mag nooit gebruikt
worden in den zin van lend,
noch omgekeerd.
Mijnheer! ik wenschte de huur
van dit vertrek te weten.