Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
133
Let us have a few slices of
ham or tongue with it.
By all means a few boiled
potatoes.
Let there be both toast and
butter.
Tell the waiter to bring us
a couple of neicspapers.
I should like to take a glass
of punch or a glass of hot
brandy and water.
I'm getting very sleepy, sup-
pose we go to bed.
Are the beds ready? Have you
seen that the sheets are well
aired ?
Remember, no fire in the bed-
rooms !
You may give us each an ad-
ditional blanket.
Let me have a night-lamp in
my room.
You haven't shut the window-
shutters.
You may leave one of them
half open.
Don't close the curtains of my
bed.
Try and borrow a key for me
to wind up my watch.
Tell me exactly what o'clock
it is.
Let me be called to-morrow
morning at 6.
Take my clothes to be brush-
ed.
Let the /ravelling cloak be
well dusted.
You've for^o/ten to take the
boots.
Geef ons een paar sneden ham
of tong er bij.
En vooral eenige gekookte
aardappels.
Er moet ook geroosterd brood
en boter zijn.
Zeg den knecht, ons een paar
couranten te brengen.
Ik wilde wel een glas punsch
of brandewijn-grog hebben.
Ik word slaperig, wat dunkt
u als wij eens naar bed
gingen?
Zijn de bedden gereed ? Hebt
gij gezien dat de lakens goed
gelucht zijn ?
Denk er om, geen vuur in
de slaapkamers!
Gij moet ons iéder nog een
deken geven.
Geef mij een nachtlicht in
mijn kamer.
Gij hebt de vensterluiken niet
gesloten.
Gij kunt er één half open
laten.
Doe de gordijnen van mijn
bed niet digt.
Zie eens of gij een horlogie-
sleutel voor mij ter leen kunt
krijgen, om mijn horlogie
op te winden.
Zeg mij juist hoe laat het is.
Laat mij morgen om 6 uur
roepen.
Neem mijn kleederen mede
om ze af te borstelen.
Laat mijn reismantel goed
uitkloppen.
Gij hebt vergeten de laarzen
meê te nemen.