Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
107
CHAP, XXIX,
Fishes.
We seldom get seafish.
We have plenty of fresh wa-
ter fish.
The best Danube fish is the
carp.
We caught a pike 5 feet long
and which weighed 33
pounds.
A jack is a smaller sort of
pike.
The rivers and lakes produce
the most exquisite salmon.
They are sometimes caught
in nets, sometimes speared.
The sturgeon is a sea-fish.
It is perhaps the largest eat-
able fish.
To-day we shall have a dish
of groundVmga.
The mountain streams are
full of trout.
The eel is very fat and in-
di^'estable.
All in/iaJztanfs of the water,
that carry their habitations
with them, are called in
England t shell-Jish."
This is the case with oysters,
muscles, cocMes , ZoJsters,
crabs and shrimps.
jHaddock are very common
in London,
Cod are caught on the^oast
of New-Foundland,
Mackerel is very aJundant
in spring,
Turbots, soles, plaice and
founders are also sea-fish.
HOOFDSTUK XXIX,
Visschen.
Wij krijgen zelden zeevisch.
Wij hebben overvloed van
riviervisch.
De beste visch uit de Donau
is de karper.
Wij vingen een snoek, die
5 voet lang was en 33
pond woog.
Jack beteekent eene kleinere
soort van snoek.
De rivieren en meeren leve-
ren den besten zalm.
Zij worden soms met netten
gevangen, soms gestoken.
De steur is een zeevisch.
Het is misschien de grootste
eetbare visch.
Wij zullen heden een scho-
tel met grondels hebben.
De berg-stroomen zijn vol fo-
rellen.
De aal is zeer vet en moeije-
lijk te verteren.
Alle waterdieren, die hun
woningen met zich voeren,
worden shell-Jish (schelpvis-
schen) genaamd.
Dit is het geval met de oesters,
mossels, alikruiken , kreef-
ten , krabben en garnalen,
Schelvisch is in Londen zeer
algemeen.
De kabeljaauw wordt op de
kusten van New-Foundland
(Terre neuve) gevangen,
Makreelen zijn overvloedig
in de lente.
Tarbot, tong, schol en bot
zijn ook zeevisschen.