Boekgegevens
Titel: Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Auteur: Gunn, C.H.; Clairmont, K.G.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1861
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-220
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200695
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek tot het voeren van Engelsche gesprekken, bevattende de meest gebruikelijke uitdrukkingen welke in den dagelijkschen omgang voorkomen
Vorige scan Volgende scanScanned page
103
The cZMng'hill-cock is the com-
mon cock of the poultry
yard.
Our cock crows every mor-
ning at 4.
The fowls have already gone
to roost.
I hear a hen cackle; she has
proiahly laid an egg.
All our hens are capital layers.
AVe have four hens sitting,
but none of the eggs are
yet hatched.
We expect a fine brood of
chickens.
One of the hens is hatching
duck eggs.
The male duck is called a
drake.
How many pullets are there
in the hen-coop ?
That bird seems to be moul-
ting.
Do you never breed /«rkeys?
A good capon is twenty times
better.
There's an immense quantity
of geese on the pond.
The male goose is called a
gander.
One says: tio gabble like a
goose."
Young geese arc called gos-
lings.
How stately those swans look
on the lake!
Young swans sare called cyg-
nets.
The soft, light part of the
feather is called down. '
De dunghill-cock (mesthoop-
haan) is de algemeene haan
van. den hoenderhof.
Onze haan kraait eiken mor-
gen om 4 uur.
De kippen zijn reeds op stok.
Ik hoor een hen kakelen; zij
heeft waarschijnlijk een ei
gelegd.
Al onze kippen leggen goed.
Vier van onze kippen zitten te
broeden, maar er is nog geen
der eijeren uitgebroed.
Wij verwachten een schoon
broedsel kuikens.
Een van de hennen broedt
op eendeneijeren.
Het mannetje van de eend is
een waard.
Hoeveel kuikens zijn er in het
hoenderhok ?
Die vogel schijnt te ruijen.
Laat gij nooit kalkoenen broe-
den?
Een goed kapoen is twintig-
maal beter.
Er is een groote menigte gan-
zen in den vijver.
Het mannetje van de gans heet
gent.
Men zegt: » snateren als een
gans."
De jonge ganzen worden gos-
lings genaamd.
Hoe statig zien die zwanen op
het meer er uit!
De jonge zwanen worden cyg-
nets genoemd.
Het zachte, ligte gedeelte
van de veêren wordt dons
genoemd.