Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
162. Engeland. In 1824 werd het tegenwoordige stelsel van maten
en gewichten ingevoerd, waarbij als eenheid is aangenomen de lengte
van den secondeslinger op de breedte van Londen; deze eenheid wordt
Yard genoemd en is 0,914 M.
De yard wordt als volgt verdeeld:
1 yard = 3 feet (voeten),
1 foot (voet) = 12 inches (duimen),
1 inch = 10 lines (lijnen).
Voorts heeft men de English of London mile = 16667a yards.
Als vlaktematen heeft men de square yard ^ 9 square feet a 144
square inches = 83,61 dM'; de acre = 40,47 Are.
Ruimtematen. De cubic-yard = 27 cuhic feet a 1728 cubic inches =
764,51 dM'.
Inhoudsmaat voor vloeistoffen de gallon — 4,54 L., voor granen,
zaden, enz. de quarter — 290,79 L.
Gewichten. De eenheid is het pound avoir dupois (ffi aud^).) = 453,593 G.
1 'S? avdp. = 16 ounces (oz.); 1 hundred-weight (Cwt.) = 4 quarters a
28 li; avdp. = 50,8 KG. Voor edele metalen heeft men het Troy-pound
(ff;) i 12 ounces (oz.) a 20 pennyweights (dwts) fl 24 grains (grs). 1
Troy-pound = 373,242 G.
Geld. Gouden standaard. De rekeningseenheid is het pond sterling
(pound-sterling, k) a 20 shillings (s.) a 12 pence (d.), ongeveer ƒ 12.
Als gouden muntstuk draagt het pound-sterling den naam van sovereign.
Verder de guinea = 21 s., ook een gouden muntstuk. Kleinere pasmunt
is de sixpence (6 d.), de threepence (3 d.), de twopence (2 d ), Ae penny
(d.), de halfpenny (halve penny) en de farthing (een vierde penny).
163. Noord-amerika. In de Vercenigde Staten van Noord-Amerika
maakt men gebruik v.m de Engelsche maten en gewichten met enkele
plaatselijke afwijkingen. Wat het muntstelsel betreft, heeft men den
zilveren standaard. De eenheid is de Dollar ($) a 100 cents, ongeveer
ƒ 2,50. Ook heeft men gouden dollars.
164 Rusland. Lengtematen: de voet —li duim è 12 K/mm is gelijk
aan den Engelschen voet = 0,305 M.; de werst = 1066,77 M.
Inhoudsmaten: de tschetwert = 2,099 HL. voor droge waren; voor
vloeistoffen de wedro = 12,3 L.
Gewichten: het pond = 96 solotnik è, 96 doli = 409,5 G.; 1 berkowetz
= 10 pud -- 400 fg.
Geld. De dubbele standaard. De munteenheid is de roebel i 100
kopeken, ongeveer ƒ 1,30; verder in goud de halve imperiaal van 7,5
roebels ter waarde van ongeveer ƒ 9,50. In de effectenrekening wordt
de roebel (vroeger zilveren roebel genoemd) op ƒ 2 berekend.