Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
aangenomen afplatting der aarde te klein is; men heeft gevonden, dat
deze nagenoeg '/soo behoort te zijn. Hieruit vloeit een kleine wijziging
voort in de lengte van een vierde deel van den aardmeridiaan, welke
dientengevolge op 10000856 meters behoort gesteld te worden. Het
verschil van 856 meters op de 10 millioen is niet van groot belang.
Echter kan de meter niet gezegd worden, het veertigmillioenste deel
van den omtrek der aarde te zijn; hij is de lengte van den aangeno-
men platina standaard.
Het nieuwe stelsel vond aanvankelijk veel tegenkanting en 't duurde
geruimen tijd, eer het zelfs in Frankrijk, vanwaar het zijn oorsprong
heeft, werd ingevoerd. In Nederland werd het bij de Wet van 7 April
1869 definitief ingevoerd en van 1 Januari 1870 af verplicht gesteld
in alle ofïiciëele stukken. We zullen de wettige maten en gewichten
in het volgende leeren kennen.
153. Daar de grootheden van drieërlei aard zijn, lengte-, vlakte-
lichamelijke uitgebreidheden, heeft men daarmede in overeenstemming
noodig lengtematen, vlaktematen en lichaams- of ruimte- of inhouds-
maten. Behalve deze komen voor de lichamelijke uitgebreidheden nog
de gewichten te pas.
Lengtematen. De eenheid is de Meter. Verder heeft men als lengte-
maten eenige veelvouden en onderdeelen van den meter, en wel zoo,
dat elk grooter veelvoud 10 maal het voorgaande en elk kleiner
onderdeel éen tiende deel van het vorige is, zoodat het stelsel geheel
tiendeelig is ingedeeld. Deze veelvouden en onderdeelen worden ge-
vormd, door vóór het woord meter een der volgende woordjes te voegen:
deca of 10 maal; deci of 0,1 van;
hecto „ 100 „ ; centi „ 0,01 „ ;
kilo „ 1000 „ ; milli „ 0,001 „ .
myria „ 10000 „ ;
Men verkrijgt dan de navolgende lengtematen, die bij verkorting
op de daarnevengevoegde wijze worden aangeduid:
Myriameter, MM. voor 10000 meters
Kilometer, KM. ïï 1000 „
Hectometer, HM. jï 100 „
Decameter, DM. )) 10 „
Meter , M. ï) 1 meter
Decimeter, dM. 11 0,1 „
Centimeter, cM. 11 0,01 „
Millimeter, mM. 1) 0,001 „
De tiendeelige indeeling valt in het oog; hierdoor kan men nu ge-
makkelijk elke lengte door een geheel of tiendeelig getal uitdrukken.