Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
DEEDING.
82. Bij de deeling van tiendeelige getallen doen zich evenals bij
die van geheele getallen twee vragen voor. Ten eerste kan gevraagd
worden hoeveel maal een (geheel of tiendeelig) getal van een ander
getal kan afgenomen worden (verhoudings-deeliny') en ten tweede kan
het de vraag zijn om eenig getal in een aantal gelijke deelen te
verdeelen (verdeelings-deeling). Uit den aard der zaak kan in dit laatste
geval de deeler niet anders dan een geheel getal zijn. Evenals bij de
geheele getallen kan men ook hier de verdeelings-deeling altijd tot
een verhoiidings-deeling en dus tot de vraag hoeveel maal een getal
van een ander kan afgenomen worden, terugbrengen. We hebben
vroeger gezien, dat dit aantal malen of het quotiënt het grootste getal
is, dat met den deeler vermenigvuldigd, nog van het deeltal kan
afgenomen worden en we stellen ons dus ook thans voor om dit
getal te bepalen. We onderscheiden hierbij twee gevallen, een
tiendeelig getal te deelen door een geheel getal en 2« een geheel of
tiendeelig getal te deelen door een tiendeelig getal.
83. Zij ten Ie gevraagd een tiendeelig getal te deelen door een
geheel getal, bijv. 3,806 te deelen door 67. Het quotiënt kan geen
eenheden en geen tiende deelen bevatten. Indien het 1 honderdste
6 7/3806X00568 deeltal 67 honderdsten moeten
3 3 3 bevatten het bevat 380 honderdsten en zoo-
" V^- veel maal dus 67 honderdsten van 380 hon-
4 5 O
derdsten kan afgenomen worden, zóóveel
—maal heeft het quotiënt 1 honderdste; dit
g g gaat 5 maal. Neemt men 5 maal 67 hon-
—T- derdsten van het getal af dan blijft er nog
45 honderdsten en 6 duizendsten of 456
duizendsten over. Op gelijke wijze redeneerende blijkt dat het quotiënt
ook nog 6 duizendsten bevat en dat er dan nog 54 duizendsten over-
blijven. Door deze te herleiden tot 540 tienduizendsten en weer op
dezelfde wijze te handelen, vinden we, dat het quotiënt nog 8
tienduizendsten bevat, enz. Het quotiënt bestaat dus uit 5 hon-
derdsten, 6 duizendsten, 8 tienduizendsten enz. of uit 568 tiendui-
zendsten, enz. Door deze deeling ver genoeg voort te zetten krijgt
men een getal dat na vermenigvuldiging met 67 zoo na mogelijk aan
3,806 komt.
84. Zij in de tweede plaats gevraagd een (tiendeelig) getal te dee-
len door een tiendeelig getal, bijv.: 34,705 te deelen door 7,12.