Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
Want vermenigvuldigt men het quotient met den deeler, dan krijgt men:
en dus het deeltal terug.
We konden dit ook met behulp der voorgaande eigenschap gevonden
hebben. Om 23' te deelen door 23' deelen we het eerst door 23, dit
quotient weer door 23 en eindelijk dit quotient op nieuw door 23.
We hebben dan: 23': 23 = 23«,
23«: 23 = 23%
23^: 23 = 23^,
ofwel: 23':23' = 23'-' = 23'-
HOOFDSTUK VIL
OVER DE TIENDEELIGE GEBROKEN GETALLEN.
72. In Hoofdstuk I merkten we op, dat van de rechter- naar de
linkerhand voortgaande ieder volgend cijfer van een getal een waarde
krijgt, die 10 maal zoo groot is als het voorgaande cijfer. Omgekeerd
als men van de linker- naar de rechterhand voortgaat, heeft dus elk
volgend cijfer een waarde, die 10 maal zoo klein of wel een tiende
van het voorgaande cijfer is. De kleinste waarde door eenig cijfer
voorgesteld is dan die der eenheden. Wanneer we nu in een getal
rechts van de eenheden een of meer cijfers plaatsen, kunnen we bij
uitbreiding aan het eerste cijfer rechts een waarde toekennen, die 10
maal zoo klein is als een eenheid, dus een tiende van een eenheid,
aan het tweede cijfer een waarde weer 10 maal zoo klein als de
laatste, dus een honderdste van de eenheid; enz.
Een getal, dat op deze wijze bestaat niet alleen uit eenheden, tien-
tallen, honderdtallen enz., maar ook uit tiende deelen, honderdste
deelen, enz., noemt men een tiendeelig gebroken of kortweg een tien-
deelig of decimaal getal. Om aan te geven, welk der cijfers van zulk
een getal de eenheden aanwijst, plaatst men achter dit cijfer een
komma. Zoo bestaat het getal 413,7146 uit 4 honderdtallen, 1 tiental,
3 eenheden, 7 tiende deelen, 1 honderdste deel, 4 duizendste deelen
en 6 tienduizendste deelen der eenheid.
Komen in een tiendeelig getal een of meer der rangen niet voor,
dan zet men op die plaats een O, bijv. 7,0406. De cijfers achter de
komma noemt men de decimalen van het getal.
Het kan ook voorkomen, dat in een getaljn 't geheel geen een-
heden, tientallen enz., maar enkel tiende of honderdste deelen enz.
voorkomen. In dit geval wijst men de eenheden van 't getal aan door