Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
7 93/4620378\6000 +800+ 20 + 6 = 5826.
7 93X5 = 3965
655378
7 93 x 8 = 6344
20978
793 X 2 = 1586
5118
793 X 6 = 4758
360
Dafir het nieuwe deeltal 6553 honderd-
tallen bevat, zal het quotient zooveel
maal 1 honderdt. bevatten, als 793 lion-
derd van 6553 honderd kan afgenomen
worden; dit kan 8 maal en het quotient
heeft dus 8 honderdtallen. Enz. Het quo-
tient der deeling bevat dan 5 duizendt.,
8 honderdt., 2 tient. en 6 eenh., en is dus 5826 en de rest der
deeling 360.
48. Deeling in andere talstelsels.
Eerste voorbeeld. Zij te deelen 541760374 door 75 in het acht-
tallig stelsel.
Met behulp der tafel van vermenigvuldiging van het talstelsel be-
paalt men even als in het tientallig stelsel de verschillende cijfers van
het quotient. Teneinde echter omtrent deze cijfers zeker te zijn, is het
verkieselijk vooraf de producten te vormen van den deeler met elk
der getallen van éen cijfer. Men kan dan terstond zien, welk dezer
producten van het deeltal kan afgenomen worden, en welk alzoo het
betreffende cijfer van het quotient is.
Voor het gegeven voorbeeld hebben we dus:
75 X 1 = 75 75/541760374\5633014
75X2 = 172 461
75X3 = 267 607
75x4 = 364 556
75X5 = 461 316
75X6 = 556 267
75 x 7 = 653 270
267
137
Ib
42 4
364
40
49. Wanneer men zoowel het maken eener tafel van vermenigvul-
diging, als het vormen der bovenbedoelde producten wil vermijden,
kan men de cijfers van het quotient verkrijgen door telkens over te
brengen in het tientallig stelsel en dan het quotient te bepalen.
Daarna worden de vermenigvuldigingen en de aftrekkingen echter
weer in het talstelsel zelf verricht.