Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
28. Om twee getallen die
geschreven zijn, van elkander

sélscl
^^ ..x^^ix^eir, gaat men op volfemen
dezelfde wijze te werk. We nei^t nuliLLiL'Uill'olgens ai de eenheden
der onderscheidene orden in den aftrekker af van de overeenkomstige
eenheden in het aftrektal, en voegen de onderscheidene verschillen
bij elkander. Gebeurt het dat de eenheden van zekere orde in het
aftrektal minder in aantal zijn dan die van dezelfde orde in den
aftrekker, dan moet een eenheid van hoogere orde geleend en deze
herleid worden tot de eenheden der betreffende orde. Het eenige
onderscheid is dan, dat een eenheid van zekere orde niet gelijk is
aan tien eenheden van de naast kleinere orde, maar aan zooveel
eenheden als door den naam van het talstelsel wordt aangewezen.
We nemen als voorbeeld de aftrekking der twee volgende getallen in
het negentallig stelsel:
7 kan niet afgenomen worden van 6; we nemen dus
71324056 van de 5 eenheden der tweede orde 1 af die gelijk is
46531847 aan 10 (negen eenheden; hierbij de 6 gevoegd geeft
23682108 16 (vijftien) en nu 7 van 16 afgenomen, blijft 8 over;
verder 4 van 4 is 0. 8 kan niet van O afgenomen wor-
den , daarom wordt éen eenheid van de naast grootere orde genomen,
welke gelijk is aan 10 (negen) van deze eenheden en hiervan 8 afge-
nomen geeft 1; 1 van 3 (de 4 in het aftrektal is met 1 verminderd)
is 2. Zoo voortgaande is verder 3 van 12 (elf) is 8, 5 van 12 (elf) is
6, 6 van 10 (negen) is 3 en 4 van 6 is 2.
29. Bij elke aftrekking staat men eenigszins bloot aan vergissingen,
vooral wanneer de cijfers van het aftrektal kleiner zijn dan de over-
eenkomstige cijfers van den aftrekker, en men dus moet leenen, Het
is daarom zaak, om na een verrichte aftrekking telkens het verschil
te toetsen aan de voorwaarde, dat het opgeteld bi.] den aftrekker,
het aftrektal oplevert. Deze proef is zeer gemakkelijk te verrichten,
omdat de beide getallen wier som men moet hebben, tengevolge der
bewerking béhoorlijk onder elkander zijn geplaatst.
HOOFDSTUK IV.
DB DERDE HOOFDBEWERKING DER GETALLEN.
30. In het eerste hoofdstuk is ons gebleken, hoe een hoeveelheid
gevormd wordt door bijeenvoeging van gelijke eenheden, en evenzoo
lioe door vereeniging van gelijke hoeveelheden als eenheden beschouwd,
(iiUiU)ANiJS , Hekc.nk., 3e druk. '2