Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
2()fi
wichtsdeelen fijn voorkomen in 1000 deelen van het mengsel, dit
getal noemt men het gehalte van het mengsel. Zoo is het gehalte van
den gulden 945, d. i. op 1000 gewichtsdeelen zijn 945 deelen fijn
zilver, derhalve is 0,945 gedeelte van den gulden fijn zilver, en 0,055
gedeelte is van een ander bijgevoegd metaal, koper.
323. Eerste vraagstuk. Een wijnkooper heeft wijn van ƒ 1,25
en wijn van 75 cent den L.; hoeveel moet hij van elke soort nemen,
om een HL. van 90 cent per L. te hebben?
Neemt hij 1 L. van ƒ 1,25, waarvoor hij na de menging 90 c.
ontvangt, dan krijgt hij hiervoor 35 c. te weinig, en door 1 L. van
75 c. te nemen, waarvoor hij na de menging ook 90 c. ontvangt,
krijgt hij 15 c. te veel. Om dus niet te veel en ook niet te weinig te
krijgen, zal hij 15 maal 1 L. van ƒ 1,25 moeten nemen tegen 35
maal 1 L. van 75 c. En dus moeten de beide soorten vermengd
worden in de verhouding van 15 tot 35, of van 3 tot 7. Hij moet
alzoo nemen 30 L. van ƒ 1,25 en 70 L. van 75 c.
324. Tweede vraagstuk. Hoeveel fijn goud moet men met 1,2 HG.
van 640 gehalte samensmelten, om goud van 750 gehalte te krijgen?
Als 1 HG. fijn genomen wordt, dus van 1000 deelen fijn, heeft
men daardoor 250 deelen fijn te veel, terwijl in 1 HG. van 640 ge-
halte, 110 deelen fijn te weinig zijn. Om dus noch te veel, noch te
weinig te hebben, zal men 11 HG. van 1000 (dus fijn goud) moeten
nemen tegen 25 HG. van 640 gehalte, en de samensmelting moet
dus plaats hebben in de verhouding van 11 tot 25. Daar men 1,2 HG.
1 2
van 640 gehalte heeft, moet hier dus X 11 =0,528 HG. fijn goud
aan toegevoegd worden.
6. effeoaen-rekening.
325. Een staat, provincie of stad heeft voor het uitvoeren van
werken of anderszins vaak gelden noodig, welke zij dan van particu-
liere personen opneemt. Hiervoor geeft die staat of stad schuldbeken-
tenissen (phligatién) uit, waarin zij zich verbindt, jaarlijks of halfjaarlijks
een vooruit vastgestelde rente voor het geleende geld te betalen. Ook
maatschappijen, bijv. spoorwegmaatschappijen nemen vaak geld op
van particulieren en geven daarvoor uit aandeelen (actïén) of obliga-
tiën, waarvan de eersten geen vaste rente dragen, doch aandeel geven
in de te behalen winst, welk aandeel afhangt van de grootere of
kleinere winst die gemaakt is, en dat dividend genoemd wordt.