Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
213
van October, 30 van November en 13 van December, samen 69 dagen,
en we hebben dan de volgende berekening:
ƒ 2 8 9 6,2 O
3 "/„ ƒ 8 6,8 8=
'U „ - 14,4 8
3'/,"/„/10 1,3 6=
In 360 dagen bedraagt het disconto ƒ 101,36»
„ 69 „ „ „ „^ -^-M^X 69=/ 19,43.
Bijgevolg is de constante waarde ƒ 2896,20-/ 19,43 =f 2876,77.
318. Evenals de intrestrekening geeft ook de discontorekening aan-
leiding tot velerlei vraagstukken, daar of naar de contante waarde,
öf naar het oorspronkelijk bedrag eener vordering, öf naar het dis-
conto, öf naar den tijd kan gevraagd worden.
3. provisie, commissie, courtage, agio.
319. In no. 312 hebben we reeds commissie leeren kennen als
de vergoeding voor een commissionnair en courtage als die vooreen
makelaar, voor hunne tusschenkomst bij het sluiten van een koop of
verkoop. Evenzoo is ook provisie een vergoeding, die een commis-
sionnair ontvangt voor het overmaken van eenige geldsom door middel
van wissels of op andere wijze. Provisie is dus in den geld- en wissel-
handel, wat de commissie in den goederenhandel is. Natuurlijk kunnen
beide tegelijk voorkomen. De provisie wordt ook in percenten uitge-
drukt , en haar bedrag regelt zich naar de meerdere of mindere grootte
der geldsom, of ook naar plaatselijke gebruiken.
Agio beteekent opgeld of opcenten en komt in den geldhandel voor,
om aan te geven, hoeveel de eene muntsoort (gouden of zilveren) boven
een andere (zilveren of papieren) gesteld wordt. Zoo beteekent de
uitdrukking, dat te Weenen het zilveragio 12 "/o is, dat 100 florijnen in
zilver met 112 florijnen in papier gelijk staan. Tegenover agio staat
disagio. Aan sommige beurzen worden de prijzen der edele metalen,
goud en zilver uitgedrukt, door aan te geven, hoeveel percenten deze
artikelen boven of beneden een vasten (standaard)prijs komen. Is de
noteering boven den standaardprijs, dan heet dit agfio, ook vfel premie;
is ze daaronder, dan noemt men dit disagio. Zoo heeft men in
Frankrijk voor 't goud en 't zilver de vaste prijzen van fr. 3100 en
fr. 200 per KG. muntmetaal van 0,900 gehalte aangenomen. En men