Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
202
315. Vraagstuk. Een schuld, groot ƒ 1560, invorderbaar den 23
October wordt 16 Augustus daaraan voorafgaande, met 4% disconto
afgedaan; met welk bedrag?
De schuld wordt zóóveel dagen te vroeg betaald, als het tijdsverloop
van 16 Augustus tot 23 October bedraagt, d. i. 14 dagen van Augustus,
30 van September en 23 van October, dus 67 dagen. Daar in 360 dagen
67 67
het disconto 4 "/„ is, bedraagt dit over 67 dagen -ggQ- X 4 r= »/„. En
daar nu ƒ 100 op 16 Augustus, op 23 October tot ƒ lOO^'/s» zijn
aangegroeid, zal men zóomenigmaal ƒ 100 hebben te voldoen, als
ƒ lOO^'/go in de geheele schuld van ƒ 1560 begrepen zijn. De contante
waarde is alzoo
1560
jQÖê^X/100=.fl548,47.
316. In 't vorige vraagstuk is, zooals behoort, het disconto hoven
'< honderd gerekend. In den handel wordt het echter gemakshalve
van 't honderd berekend, daar het voor niet te groote bedragen, en
wijl doorgaans ook de tijdruimte niet zoo groot is, slechts weinig
verschil maakt, waarbij nog komt, dat de disconto-rente meestal iets
lager is, dan de rentestandaard, die de waarde van het geld aangeeft.
Bij disconteering van wissels stelt de Nederlandsche Bank en in
navolging van deze, vele bankiers, het jaar op 360 dagen en de maand
op zooveel dagen, als zij werkelijk heeft, en wordt de dag, waarop
de disconteering plaats heeft en ook de dag na den vervaldag (de
zoogenaamde respijtdag) bij berekend.
317. Eerste vraagstuk. Een fabrikant disponeert over een vor-
dering van ƒ 3267, welke over 3Vj maand vervalt; indien het disconto
4 °/o per jaar is, over welk bedrag kan hij dan beschikken?
Het disconto over een jaar a 4 °/o bedraagt
4X/ 32,67=/ 1 3 0,6 8.
Voor het disconto over 3'/g maand heeft men dus:
in 3 maand .... ƒ 32,67
'/, ......- 5,45
in 3'/2 „ .... ƒ 38,12
De contante waarde is dus ƒ 3267 -ƒ 38,12=/ 3228.88.
Tweede vraagstuk. Een wissel, groot / 2 8 9 6,2O, vervallende
12 December, wordt den 6 October met 3'/2 X verdisconteerd. Hoe-
veel is het bedrag?
Nemen we hier de tijdsberekening, zooals aan 't slot van no. 316 is
besproken, dan moet het disconto berekend worden over 26 dagen