Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
Daar het getal dan onder een noemer 1000, lOOOOUO, enz. moet
gebracht worden, zal men het getal met een dezer termen van de
schaal moeten vermenigvuldigen, en om dan den wortel uit dit
product te trekken, zal bij het afschrappen in vakken van 3 cijfers,
een streep achter het getal zelf komen, en kan men dus ue boven-
staande bewerking achterwege laten, en terstond overgaan tot het
trekken van den wortel uit het getal gevolgd door een aantal nullen,
dat een drievoud is. In de uitkomst worden dan zooveel cijfers
afgeschrapt, als er 3 nullen zijn bijgehaald.
Om alzoo iK45 te trekken tot op 0,001 nauwkeurig, hebben we:
iK 45 = 3,5.56 . . .
95
1055
1 0656
27
475
3175
25
3' = 2 7
3675
5275
3 7 2 7 7 5
25
378075
63936
18000
1 5 8 7 5
2125000
1863875
2 6 112 5 0 0 0
227228616
3389 6 384
37871436
Op deze wijze kan men den derdemachtswortel uit eenig getal tot
in zooveel decimalen bepalen of benaderen, als men verkiest. Men
verkrijgt dan door voortgezette bewerking tiendeelige getallen, waarvan
de derdemachten steeds dichter bij het opgegeven getal komen. En
terwijl alzoo in no. 241 gezegd is, dat de derdemachtswortel uit een
geheel getal öf een geheel getal is, of niet bestaat, kan men in het
laatste geval dien derdemachtswortel zoo nauwkeurig bepalen, als
men verkiest. Daarom noemt men getallen, die niet-kubiek zijn, ook
wel onvolkomen derdemachten.
250. Het trekken van den derdemachtswortel uit tiendeelige getallen
geschiedt op overeenkomstige wijze. We kunnen zulk een wortel be-
palen tot op 0,1, 0,01, 0,001, enz. der eenheid; het tiendeelige getal
moet daartoe herleid worden tot duizendste, millioenste, duizendmil-
lioenste deelen, enz., en door het dan voor de derdemachtswortel-
trekking in vakken van 3 cijfers af te deelen, zal men ook een streep
krijgen achter de geheelen van het getal. Men kan daarom deze
herleiding tot duizendste, millioenste, enz. deelen achterwege laten,
en terstond het tiendeelige getal verdeelen in vakken van 3 cijfers,
van de komma te beginnen naar links en naar rechts.