Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
150
De bewerking wordt als volgt ingericht:
4X3 4' X 3 iK9 8,6 12 = 46
1 26 4 8 4'= 6^_
1 26X6= 756 346 1 2
5 5 5 6 X 6= 33336
1276
Wij splitsen het getal in de duizendtallen en eenheden, en nemen
den (derdemachts)wortel uit de duizendtallen; deze is 4. De derde-
macht van 4 trekken we van 98 af, en er blijft 34, waarachter we
de afgeschrapte cijfers plaatsen; dit geeft 34612. We vermenigvuldigen
nu de tientallen en de tweede macht der tientallen, 4 en 16, beide
met 3, waardoor we 12 en 48 krijgen. Deze 12 zijn tientallen en de
48 zijn honderdtallen, en we deelen deze laatsten in de honderdtallen
van de rest, dus in 346; dit geeft tot quotiënt 7. Daar dit echter bij
onderzoek te groot blijkt te zijn, nemen we 6 als 't cijfer der een-
heden. Dit cijfer 6 plaatsen we achter de 12 tientallen (waardoor we
het bij 120 optellen) en vermenigvuldigen het komende getal 126 met
het gevonden cijfer 6. Het product 756, dat eenheden voorstelt, tellen
we bij de 48 honderdtallen op, waardoor we de som 5556 verkrijgen,
en eindelijk wordt deze som met 6 vermenigvuldigd en het product
33336 onder de rest 34612 geplaatst en daarvan afgetrokken, waarna
er 1276 overblijft. De derdemachtswortel uit de grootste derdemacht,
kleiner dan 98612, is dus 46 en het getal is 1276 meer dan de derde-
macht van 46.
De leerling handele evenzoo voor het bepalen van iK 551368.
244.x In het voorgaande ligt de eigenlijke theorie voor het trekken
van den derdemachtswortel opgesloten, want, zooals uit het volgende
blijken zal, brengt men het zoeken van den derdemachtswortel uit
een grooter getal tot het behandelde geval terug. Het komt dus alleen
op de practische uitvoering aan, waarover nog al het een en ander
in 't midden te brengen is.
Stellen we ons voor, den derdemachtswortel te trekken uit het
getal 20706415.
Daar de duizendtallen een getal van 5 cijfers uitmaken, en de
wortel hieruit dus niet terstond te bepalen is, zullen we den wortel
uit 20706 vooraf afzonderlijk moeten zoeken.
2X3 2'X3 iK 2 07 O 6.-: 2 7
6 7 1 2 2^= 8
6 7X7= J J5 9 1 2 706
1669X7= 1 1 683
1023.