Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
139
Men noemt dit den wortel uit een getal in eenige decimalen bena-
deren. Zagen we dus in no. 230, dat de wortel uit een geheel getal öf
een geheel getal is öf niet bestaat, thans blijkt ons, dat men in het
laatste geval den wortel in zóóveel decimalen nauwkeurig kan bepalen,
als men verkiest. Daarom noemt men zulke getallen ook wel onvol-
komen vierkanten.
237. Even als hier met den wortel uit een geheel getal gedaan is,
kan men den wortel uit een decimaal getal in een willekeurig aantal
decimalen bepalen. Om bijv. 19,3 in twee decimalen te berekenen,
dus tot op 0,01 nauwkeurig, schrijven we het getal in den vorm
eener breuk met 100' als noemer, waardoor men heeft:
193000 t/ 193000 439
19,3 = V j^QQg =-iQQ— = = 4,39 tot op 0,01 nauwkeurig.
Het decimale getal wordt dus vermenigvuldigd met een term van
de schaal met een even aantal nullen, 10', 100', 1000', enz., waar-
door achter de geheelen van het getal een even aantal cijfers komen,
en wanneer men dan, om den wortel uit het daardoor ontstane getal
te trekken, dit in vakken van twee cijfers verdeelt, komt ook een
streep te staan achter de geheelen van het getal. Daarom kan men
dadelijk beginnen, met het getal van af de komma naar links en
naar rechts te verdeelen in vakken van twee cijfers en op de gewone
wijze den wortel te trekken; indien het laatste vak aan de rechterhand
slechts éen cijfer bevat, voegt men hier een nul aan toe. De komma
wordt in den wortel geplaatst achter het cijfer, dat men verkrijgt,
als de twee laatste cijfers van de geheelen zijn bijgehaald.
Voorbeelden. 1. »/ 16048,715 in 2 decimalen.
t/ 1 6 0/4 8,7 1/5 O = 1 2 6,6 8
1 2' = 1 4 4
1648
246X6= 1476
1 727 1
2526X6= 151 56
211550
2 5328X8= 202624
89 2 6.
2. V 1,981379654 in 3 decimalen.
Daar de wortel slechts in 3 decimalen behoeft gekend te worden.