Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
136
234. Het kan voorkomen, dat een cijfer van den wortel O is; in
dit geval kan men dadelijk de cijfers van het volgende vakje er bij
nemen en met het gevonden deel van den wortel op dezelfde wijze
voortwerken. Nemen we als voorbeeld:
j/ 9/1 2/5 6/34/81 = 30208
3> = 9_
1256
602 X2= 1204
52348 1
60408 x8= 483264
402 1 7.
Het eerste cijfer van den wortel is 3; om het tweede cijfer te be-
palen, moeten we het dubbel hiervan, dat is 6, deelen op de tientallen
van 12, dus op 1; dit geeft O voor het tweede cijfer. Na de cijfers 56
bijgehaald te hebben, deelen we het dubbel van het reeds bepaalde
gedeelte des wortels nl. 60 op de tientallen van dit getal 1256, dit
geeft 2 en het blijkt, dat dit cijfer goed is. Na aftrekking en bijhaling
van de volgende twee cijfers verkrijgen we 5234: het dubbel van het
reeds bepaalde gedeelte van den wortel, 604, op de tientallen van dit
getal gedeeld, geeft weer O en we plaatsen dus onmiddellijk de twee
laatste cijfers achter 5234, waardoor we 523481 krijgen: het dubbel
van het bepaalde gedeelte van den wortel is nu 6040 en dit, gedeeld
op de tientallen van het overblijvende getal, geelt voor het laatste
cijfer van den wortel 8, welk cijfer blijkt goed te zijn.
235. Daar men de tweede macht van een breuk krijgt, door de
tweede macht van den teller te deelen door de tweede macht van
den noemer, zal men omgekeerd, om den wortel uit een breuk te
trekken, den wortel uit den teller moeten deelen door den wortel uit
den noemer. Zoo is:
169
= enz.
Om den wortel uit een gemengd getal te trekken, herleidt men dit
eerst tot een onechte breuk en trekt vervolgens den wortel uit den
teller en uit den noemer dier breuk. Zoo Is:
1/ 6'/, = = = 2% , j/ VI, = K 'V, = Va = IV3, enz.
Wanneer de wortel moet getrokken worden uit een breuk, waarvan
teller en noemer geen vierkanten zijn, herleidt men de breuk tot eene,
wier noemer wel een vierkant is. Zoo brengt men, om den wortel uit
te trekken, onder den noemer 7', waarvoor teller en noemer
met 7 moeten vermenigvuldigd worden. Men heeft dus:
14 V 14