Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
135
De wortel zal bestaan uit tientallen en eenbeden en men zal de
tientallen vinden uit de 54876 honderdtallen van het getal. Dit getal
is echter zelf te groot, om er den wortel uit te nemen; we zullen
daarom hiervan eerst afzonderlijk den wortel gaan zoeken. Daar 54876
grooter is dan honderd, zal ook zijn wortel grooter dan 10 zijn cn
dus uit tientallen en eenheden bestaan: de tientallen er van vindt
men uit de 548 honderdtallen van het getal, maar daar ook dit getal
meer is dan 100, zal hiervan de wortel nog uit tientallen en eenbeden
bestaan; de tientallen van den wortel vindt men, door den wortel te
nemen uit de 5 honderdtallen van het getal en deze wortel is 2 We
hebben dus achtereenvolgens den wortel te zoeken uit 548, uit 54876
en eindelijk uit 5487625. Dit geeft de volgende bewerkingen:
K 5/48 = 23 »/ 548/76 = 234 K 54876/25 = 2342
2' = 4 23' = 234' -. . . .
148 1976 12025
43 X 3 = 129 464 X 4 = 1856 4682 X 2 = 9364
19 120 2661.
Men had deze drie verschillende bewerkingen in éene kunnen
samenvatten, en deze was dan aldus geworden.
K 5/4 8/7 6/25 = 2342
2' = 4
148
43x3 = 129
1976
464X4= 1 856
1 2025
4682X2= 93 64
2661.
Uit al het bovengezegde blijkt dus het volgende. Om den wortel
uit een getal van een willekeurig aantal cijfers te bepalen, begint men,
met het getal, van de rechterhand te beginnen, te verdeelen in vakken
van twee cijfers; we nemen dan den wortel uit het grootste vierkant
kleiner dan het getal, dat in het laatste vak staat, en trekken dit
vierkant af van dat getal. Achter de rest worden de cijfers van het
volgende vakje geplaatst. We nemen nu het reeds bepaalde gedeelte
van den wortel dubbel en deelen dit product op de tientallen van
die rest; het quotiënt geeft min of meer nauwkeurig het volgende
cijfer van den wortel aan, welks juistheid getoetst wordt aan de in
het vorige nummer genoemde voorwaarde. Deze bewerking zet men
voort, tot men aan het laatste vakje gekomen is.