Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
133
Voor a = 8 is (2 X 70 + a) a = 148 X 8 = 1184 kleiner clan 1229 en
zal 8 alzoo het cijfer der eenheden zijn. De bewerking wordt als volgt
ingericht:
6 1/2 9 = 7 8
7'= 49_
1229
148x8=1184
4 5.
We nemen eerst den wortel uit de honderdtallen van het getal,
waartoe we in het getal de honderdtallen door een streep van de
eenheden scheiden; dit is 7. De tweede macht van 7 trekken we van
61 af en er blijft 12, waarachter we de beide andere cijfers plaatsen;
dit geeft 1229. We nemen nu de tientallen 7 dubbel, dat is 14, en
deelen dit getal op de tientallen van 1229, dus op 122; dit geeft het
quotiënt 8. Dit cijfer 8 plaatsen we achter de 14 tientallen (waardoor
we het bij 140 optellen) en vermenigvuldigen het komende getal met
het gevonden cijfer der eenheden 8. Het product 1184 trekken we
van 1229 af, waardoor 45 overblijft. De wortel uit het grootste vier-
kant kleiner dan 6129 is dus 78 en het getal is 45 meer, dan het
vierkant van 78.
Tweede voorbeeld. Den wortel te trekken uit 300.
1/ 3/00= 1 7
1'=1_
200
27x7 = 189
1 1.
Wc liebben weer y 300= 10 + a, dan moet:
(lü-l-«)' = of< 300 zijn,
of 10''-l-2Xl0Xrt + a' = of <300,
of 2 X 10 X a -I- = of < 200.
Te eer dus moet 2 X 10 X < 200 zijn, en derhalve
200
< <
Door (1 = 9 te nemen, blijkt ons echter, dat
2 X 10 X a -I- a^ of (2 X 10 + a) a = 29 X 9 = 261
grooter is dan 200. We nemen alzoo n = 8, maar ook dan is (2 X
10 -I- a) X a = 28 X 8 = 224 grooter dan 200.
Eindelijk wordt aan de voorwaarde voldaan, door a = 7 te nemen.
We nemen dus het cijfer der tientallen 1 dubbel, dat is 2, voegen
hier het cijler der eenheden 7 achter en vermenigvuldigen het ko-
mende getal met 7.