Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
126
2. bij eenzelfde boeveelheid werk het aantal werklieden en de tijd,
3. bij gelijke wegen de snelheid en de tijd,
4. bij eenzelfde gewicht van een lichaam het volume en het soor-
telijk gewicht,
5. bij eenzelfde oppervlak van een rechthoek de basis en de hoogte,
6. bij gelijken intrest het kapitaal en de tijd, enz.
222. Eerste vraagstuk. Voor het verrichten vaneen werk heeft
men 25 werklieden gedurende 16 dagen noodig; hoeveel werklieden
heeft men noodig, om met het werk in 12 dagen gereed te komen?
Daar bij eenzelfden arbeid het aantal werklieden (W) omgekeerd
evenredig is met den tijd (T), heeft men:
W,:W, = T,: T,
derhalve: 25:a; = 12:16
25 : x = 3 : 4
3 2 = 100
x = werklieden (d. i. 33'/3 maal
de werkkracht van éen werkman).
Tweede vraagstuk. Om een zekeren afstand af te leggen heeft
een spoortrein met een snelheid van 36 KM. in het uur 4 u. 12 m.
noodig; met hoeveel moet de snelheid vermeerderd worden, om dien
afstand in '6'j.^ uur af te leggen?
Daar bij gelijke wegen de snelheid (S) omgekeerd evenredig is met
den tijd (T), heeft men:
S,:S,=T,:T,
derhalve: 36 : x = 3'/, : 4 V.,
36 : x = 35 : 42
36:x= 5:6
5x = 216
x = 43,2 KM.
'I De snelheid moet dus met 7,2 KM. vermeerderd worden.
223. In no. 218 merkten we reeds op, dat een grootheid dikwijls
van meer dan éene grootheid afhangt, dat bijv. het arbeidsloon zoo-
wel evenredig is met het aantal werklieden, als met den werktijd.
Men zegt nu, dat een grootheid P samengesteld evenredig is met eenige
grootheden A, B, C, als zij evenredig is met elk d.ier grootheden, zoodra
de andere grootheden standvastig blijven.
Stelt men weder twee waarden der grootheid P voor door P, en P,
cn de overeenkomstige waarden van A, B, C voor door A,, B,, C,
en A^, B.^, C^. Wc zullen nu nagaan, welke veranderingen P, onder-
gaat, wanneer Aj, B^, Ci achtereenvolgens overgaan in A,, B.^, C,.