Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
119
210. Het komt er nu in de eerste plaats op aan, de betrekkings-
getallen te bepalen. Deze moeten in ieder bijzonder geval naar den
aard van het vraagstuk opgemaakt worden. We zullen dit met een
paar voorbeelden toelichten.
Eerste vraagstuk. Drie werklieden maken gezamenlijk een werk
voor f 51,75. Indien A het werk kan afmaken in 12%, B in 12 en C
in 15 dagen, hoeveel dagen hebben ze dan met hun drieën er voor
noodig en hoeveel loon ontvangt ieder, als ze beloond worden in
reden van hun arbeidskrachten?
A kan het werk afmaken in 12% dagen, en verricht dus in 1 dag
of */j5 van het werk;
IA
B kan het werk afmaken in 12 dagen, en verricht dus in 1 dag
van het werk;
C kan het werk afmaken in 15 dagen, en verricht dus in 1 dag
'/i5 van het werk.
Gezamenlijk verrichten ze dus in 1 dag:
'I2S + 'In + '/i5 = + '-7300 + ".'300 = "»/suo = "/.oo viiu het wcrk.
"/,(,„ van het werk wordt afgemaakt in 1 dag,
VlOO )> )) !> » » » 'liS )) )
het geheele „ „ „ „ '"«/^j „ =:4«/j3 dagen.
Daar de arbeidskrachten overeenkomen met hetgeen door elk der
werklieden in éen dag verricht wordt, moet het loon verdeeld worden
in reden van de getallen:
Vn en '/i5 of van »/300, ''luo en of van 24, 25 en 20.
Derhalve ontvangt:
A 24 X ƒ = 24 X ƒ 0,75 = ƒ 18.-,
51 75
B 25 X - = 25 X - 0,75 = - 18,75,
51 75
en C 20 X - = 20 x - 0,75 = - 15.—.
Tweede vraagstuk. Vier personen, A, B, C en D drijven
gemeenschappelijk handel. A legt gedurende 15 maand ƒ 2600 in, B
ƒ 1875 gedurende 18 md., C ƒ 2850 gedurende 12 md. en D ƒ 3000
gedurende 10 md. Hoeveel ontvangt ieder van de winst, die ƒ861,75
bedraagt?
De winst moet hier verdeeld worden, zoowel in reden van de inge-
brachte kapitalen, als van de tijden, gedurende welke die kapitalen
in den handel zijn geweest. De betrekkingsgetallen zijn alzoo:
15X2600, 18X 1875, 12X2850 en 10 X 3000,