Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
107
HOOFDSTUK XIV.
INTRKST-REKENING. ENKELVOUDIGE EN SAMENGESTELDE INTREST.
GEZELSCHAPS-REKENING. KETTINGREGEL.
197. Wanneer een persoon A aan een ander B een som geld ten
gebruike afstaat, ontvangt hij daarvoor in 't algemeen een zekere
vergoeding, even als men voor 't gebruik van eens anders huis daar-
voor een vooraf bepaalde huur betaalt. Die vergoeding voor 't leenen
van een som geld wordt gewoonlijk bepaald, door aan te geven,
hoeveel geldeenheden men zal betalen van elke 100 eenheden in de
som begrepen, en dit aantal heet dan het percent (pet. of "/o). De som
geld zelve noemt men het kapitaal of de hoofdsom en het geheele
bedrag der vergoeding heet de intrest of de rente van het kapitaal.
Even als het geval is met huizen, landerijen enz., waarvan de
huurprijs stijgt of daalt, naarmate er meer of minder behoefte aan is,
evenzoo is het ook met het geld. Er kunnen omstandigheden zijn, die
veroorzaken, dat het openbaar vertrouwen, het crediet zooals men
zegt, geschokt is, en men zal dan slechts tot een betrekkelijk hoogen
prijs geld te leen kunnen krijgen: men zegt dan, dat het geld duur
is. Bij andere gelegenheden kan het gebeuren, dat er veel geld te
leen wordt aangeboden en het dus tegen een lager percent te krijgen
is; in dit geval zegt men, dat het geld goedkoop is. Het percent
noemt men ook wel den rentevoet. Bij schaarschte van geld stijgt dus
de rentevoet, bij overvloed daalt hij. De gemiddelde rentevoet is
tegenwoordig 3 a 4 percent.
Het percent wordt gewoonlijk opgegeven voor het gebruik van het
kapitaal gedurende 1 jaar, soms voor 1 maand. Naarmate men een
kapitaal langer in gebruik heeft afgestaan, zal de intrest toenemen.
De intrest hangt van 3 grootheden af, 1" van de grootte van het
kapitaal, 2" van het percent en 3° van den tijd.
198. Om den intrest van een kapitaal tegen een opgegeven percent
te berekenen, neemt men van het kapitaal eerst 1 dat is éen
honderdste, en vermenigvuldigt vervolgens dit bedrag met het getal,
dat het percent aanwijst. Is dit een evenmatig deel van 100, dan kan
men den intrest terstond berekenen, door een zelfde gedeelte van het
kapitaal te nemen. Wanneer het percent een gebroken getal is,
berekent men eerst den intrest volgens de geheelen van het getal en
splitst vervolgens de breuk in evenmatige deelen van de eenheid,