Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
Nederlanésch Sdioolwussui^'
macÈtw^ii^sPimmt
^^■fSTZBLAM. 1
THEORIE DER REKENKUNDE.
INLEIDING.
L Elk voorwerp op zich zelf beschouwd, onafhankelijk van den
aard van het voorwerp, wijst men in de rekenkunde aan met den
naam eenheid. Neemt men eenige voorwerpen van dezelfde soort bij
elkander, dan noemt men deze verzameling van gelijksoortige een-
heden een hoeveelheid. Elke eenheid en een hoeveelheid noemt men
ook wel grootheden.
Wanneer men van twee of meer grootheden de eene kan vervangen
door de andere, heeten die grootheden gelijk. Twee hoeveelheden
zullen aan elkander gelijk zijn, als ze ten eerste uit evenveel eenheden
bestaan, en ten tweede elke eenheid der eerste hoeveelheid gelijk is
aan de eenheid der tweede hoeveelheid. Wanneer twee hoeveelheden
uit dezelfde eenheden bestaan, maar de eene bevat meer van die
eenheden dan de andere, dan zegt men, dat de eerste hoeveelheid
grooter is dan de tweede of wel, dat de tweede hoeveelheid kleiner is
dan de eerste.
2. Een hoeveelheid beschouwt men soms weer als eenheid, waar-
mede men dan nieuwe hoeveelheden samenstelt. Zulk een eenheid
heet verzamelende of collectieve eenheid, terwijl de eenheden waaruit zij
is samengesteld, samenstellende eenheden genoemd worden. Zoo zijn
het paar, het dozijn, de honderd, enz. verzamelende eenheden.
3. Om de hoeveelheden van elkander te onderscheiden, geeft men
ze namen. Deze namen voor de hoeveelheden en tevens de naam,
waarmede men de eenheid aanduidt, noemt men getallen. Een getal
wijst dus aan uit hoeveel eenheden een hoeveelheid bestaat.
Wanneer gegeven is uit welke eenheden een hoeveelheid is samenge-
steld, zegt men, dat het getal, dat die hoeveelheid aanwijst, benoemd is.
Is de naam der eenheden niet aangegeven, dan is het getal onbenoemd.
ORKiDANUS, Bekenk. 3e diuk. ^