Boekgegevens
Titel: Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Auteur: Greidanus, Tjardus
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1900
3e, verm. en verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2943
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200694
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theorie der rekenkunde ten behoeve van inrichtingen van middelbaar en van kweekscholen voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
136 X 6 lines = 816 lines = 81 inches 6 lines. De 81 inches voegt
men bij het volgende product: 136 X 7 inch. + 81 inch = 1033 inches =
86 feet 1 inch.; de 86 1. voegt men bij het product van 0 f. en
136 gevende 136 X 0 f. + 86 f. = 86 f. = 28 yards 2 feet. Eindelijk
136 X 15 y. + 28 y. = 2068 yards. Bijgevolg vindt men als product:
yards 2068.2.1.6.
Als men met een tiendeelig of ander gebroken getal moet verme-
nigvuldigen, herleidt men dit eerst tot een breuk, vermenigvuldigt
dan de opgegeven grootheid met den teller dezer breuk en deelt het
product door den noemer: deze laatste bewerking wordt in het vol-
gende behandeld. Om bijv. te vermenigvuldigen met 13,6, vermenig-
vuldigen we met 136 en deelen het product door 10; met 3^/9, wordt
vermenigvuldigd met 32 en daarna de uitkomst gedeeld door 9.
174. Deeling. Hierbij kunnen zich, zooals in no. 167 opgemerkt
is, twee gevallen voordoen. De eerste vraag is, hoeveel maal een
grootheid, die in deelen en onderdeelen is uitgedrukt, kan afgenomen
worden van een andere gelijksoortige grootheid. Dit aantal malen,
dat een geheel of gebroken getal kan zijn, leert dan de betrekking of
de verhouding tusschen de twee grootheden kennen, waarvan later in
het hoofdstuk over de verhoudingen nader sprake is. Om deze betrek-
king te vinden, herleiden we de beide grootheden tot gelijke eenheden,
hetzij tot eenheden van de laagste orde, hetzij tot een gebroken aantal
van de hoofdeenheid, en zoeken dan het quotient van de beide ver-
kregen getallen.
Voorbeeld. Hoeveel maal is Cwt. 0.3.23'/a begrepen in Cwt. 3.1.24?
We herleiden alles tot pounds avoir du pois met de bekende indeeling:
1 hundredweight (Cwt.) = 4 quarters a 28 ffi avdp. De bewerkingen
komen als volgt te staan:
Cwt. 0.3.23'/,; Cwt. 3.1.24;
4 4
qu. 3.23'/,; qu. 13.24;
28 28
ffi 107%. ® 388.
OQQ 77A
En nu is 107'/^ ffi in 388 ffi begrepen = = 3'"/„5 of
3,609... maal.
In sommige gevallen is het verkieselijk, de grootheden te herleiden
tot een gebroken getal van de hoofdeenheid.
175. De tweede vraag is, om eenige grootheid, die in deelen en
onderdeelen is uitgedrukt, door een zeker getal te deelen.