Boekgegevens
Titel: Leesboek voor katholieke scholen
Deel: 3
Auteur: Griendt, A. van de
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, ca. 1902 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4257
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200678
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor katholieke scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
Een geleerde Hond.
Ik heb eens hooren vertellen van een
geleerden hond. Hel was een poedel en
hij heette Castor. Die hond kon van alles.
Niet alleen opzitten en pootjes geven,
doodliggen en spreken om wal te krijgen I
Neen, die hond kon boodschappen doen.
Met een mandje in den bek ging hij naar
den winkel; hij zette de mand neer en
wachtte geduldig, tol hij geholpen werd.
De winkelier las het briefje, dat in- de
mand lag, deed de boodschappen er in, en
dan bracht Castor de mand weer naar
huis. Dat was een fiksche boodschaplooper,
hé? Hij bleet nooil onder weg staan kijken
of praten, maar hep altijd goed door.
JNooit liet hij wal vallen. — en ergens van
snoepen neen. dal zou hij niel doen.
Nu zult gij zeggen: dal was een knappe
hond; maar ik zal u nog meer vertellen
Die hond kon ook domino spelen!
Zijn baas lei de steentjes netjes voor