Boekgegevens
Titel: Leesboek voor katholieke scholen
Deel: 3
Auteur: Griendt, A. van de
Uitgave: Arnhem: Van Mastrigt en Verhoeven, ca. 1902 *
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4257
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200678
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor katholieke scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
Schepen en Stoombooten
Willem heefl een scheepje. Dal heeft
hij gemaakt van een klomp, waar de kap
afgebroken was. Alles is er aan: een mast
met een wimpel, een roer, een zeil en
allerlei touwtjes. Er is ook een ankertje
aan; dat hangt met een kettinkje voor
aan het scheepje. Dat ankertje kan met
een klosje opgewonden worden.
Willem laat het scheepje varen in een
diepen plas ol in een tobbe met water.
Als het in een plas vaart, gaat hel door
den wind vooruil Maar dan moet hel
gond waaien
Groote schej)en gaan ook door den wind
vooruit. Stoombooten niel. Die gaan door
sloom Hoe dat gaal, weel ik niel. Een
stoomboot gaal sneller dan een zeilschip
Maar op zee, zegt vader, kan een zeilschip
ook wel goed vooruitkomen. Als hei maar
flink waait!
Hebl ge zulk een grool zeeschip ot zulk